De vertegenwoordigers van deze categorieën hebben verschillende opvattingen over de waarden die Peter Derkx van de Universiteit voor Humanistiek opsomde als de kern van het humanisme: onafhankelijkheid, het kiezen van eigen doelen, waarachtigheid, zelfrespect, gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid, ruimdenkendheid en wijsheid (een volwassen begrip van het leven).
Mirjam Sterk van het CDA noemde dit 'annexatie van christelijke waarden', omdat volgens haar de meeste van deze waarden ook christelijke waarden zijn. Zij verliest echter de context van deze waarden uit het oog. Het humanisme richt zich vanuit zijn idealen op de praktijk van het leven, en de waarden zijn dan ook gericht op het menselijk welzijn.
Religies stellen niet de mens als zodanig centraal, maar een concept dat hoger zou zijn dan de mens, zoals hun god en een spirituele wereld. Christelijke deugden dienen de veelal hierarchische structuren die niet ter discussie kunnen worden gesteld. Men houdt zich vooral aan regels om in de hemel te komen, niet om een samenleving te creëren waarin de gelijkheid wordt bevorderd. Dat ondervindt iedereen die afwijkt van de norm en in een strenge religieuze omgeving woont, bijvoorbeeld ongehuwde moeders en hun kinderen.
De Gentse antropoloog Johan Braeckman was van mening dat moraliteit iets is van alle mensen, en dat niemand de humanistische waarden zou afwijzen. Dat klopt aantoonbaar niet, want christendom en islam, en ook andere religies, erkennen vele mensenrechten zoals gelijkheid en individualiteit, vrije seksualiteit en vrijemeningsuiting, de basis van de humanistische waarden, zonder meer niet.
Hij [Peter Derkx] aarzelde niet de niet-humanisten uit de bovengenoemde categorieën, niet alleen maar wel vooral de 17 procent niet-religieuze niet-humanisten, een gevaar voor de samenleving te noemen.
Een beetje een ingewikkelde zin, maar het komt toch dubieus over: mensen die zich niet humanistisch en niet religieus noemen een gevaar voor de samenleving zijn.
Marit Moll van het Verwey-Jonker Instituut sprak er haar afkeuring over uit. Volgens haar bestaat deze groep voornamelijk uit werkende armen die het zwaar genoeg hebben om zich staande te houden en die van de samenleving geen hoge verwachtingen hebben. Het getuigt van bevoordeeldheid om te suggereren dat deze mensen immoreel zijn of niet bij de samenleving zijn betrokken.
Het lijkt mij stug er van uit te gaan dat de 'niet-religieuze niet-humanisten per definitie tot het uitgebuite plebs van de bevolking hoort, maar ik ben ook van mening dat je niet zomaar kan zeggen dat iemand een 'gevaar' is omdat hij niet aangeeft tot een bepaalde stroming te behoren die beweert 'het goede' voor te hebben. Misschien hebben deze mensen wel een eigen sociaal waardenstelsel, of weten ze überhaupt niet wat humanisme is.
Peter Derkx van de Universiteit voor Humanistiek somde de humanistische waarden op: onafhankelijkheid, het kiezen van eigen doelen, waarachtigheid, zelfrespect, gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid, ruimdenkendheid en wijsheid (een volwassen begrip van het leven).
Afgaande op deze samenvatting moet ik zeggen dat het mij ook niet duidelijk is wat hier nu met 'humanisme' wordt bedoeld. Het is volgens mij ten eerste gesteld tegenover het 'spiritualisme' van de religies, waarin gedragsnormen worden vastgesteld om daarmee een 'betere wereld dan de onze' te kunnen bereiken, en ten tweede gaat het om sociale regels die het welzijn van alle mensen zo goed mogelijk willen garanderen.
Het moet daarbij wel goed duidelijk zijn wat het verschil is met religie, want religies beweren ook dat iedereen er wel bij vaart als je je maar houdt aan de regels van god, maar dat is niet zo. Ik kan het op het moment alleen maar uitleggen met een voorbeeld: volgens de religies ben je deugdzaam als je je onderwerpt aan een beknottende seksuele moraal, en zal de maatschappij er wel bij varen als je geen overspel pleegt. Doe je dit echter toch, dan word je, vooral als vrouw, min of meer uitgestoten, verketterd als hoer, en je kind is een bastaard.
Als humanist ga je er van uit dat de monogamie en eeuwige seksuele trouw aan één persoon die vooral van vrouwen wordt geëist geen natuurlijke conditie is. Het is vragen om overtredingen, en als je deugdzaamheid en je goede geweten hierdoor onder druk worden gezet, ben je vanzelf aangewezen op liegen en schijnheiligheid. Dat is ook precies de reden waarom er onder strikte christenen die hun religieuze moraal in het openbaar uitdragen zovaak bizarre seksuele excessen voorkomen. Zij zijn gedwongen hun natuurlijke behoefte te onderdrukken, en om deze toch een uitweg te laten vinden, moeten ze het stiekem doen.
Een betere oplossing is dus om gewoon eerlijk te zijn over je behoeftes, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Ook moet je er open over zijn dat seks geen misdaad is, maar juist relaties kan bevorderen.
De zware straffen die in de religies op overspel worden gezet, maken duidelijk dat 'echtelijke trouw' hier niets met liefde of ethiek te maken heeft, maar dat het gaat om het beschermen van het patriarchale recht: mannen staan centraal in het nakomelingenschap, en dat lukt alleen door de seksualiteit van vrouwen te onderdrukken. Liefde speelt in zo'n 'heilig huwelijk' geen rol, alleen de stamboom en het erfrecht.
Deze context moet je benoemen als je het hebt over humanistische waarden. Daarbij speelt namelijk lichamelijke integriteit en individuele autonomie een rol. In de patriarchale religies is dat niet zo.
Je kan beter mensen duidelijk maken dat ze elkaar niet moeten 'belazeren' omdat dat pijnlijk kan zijn: leer dat mensen zich moeten inleven in de gevoelens van anderen.
Ook moet je ze leren dat liefde niet eeuwig is, net zo mijn als seksuele trouw: leer ze beter omgaan met de tijdelijkheid van liefdesrelaties, zodat ze hiermee zo goed mogelijk kunnen omgaan.