atheisten zijn niet atheistisch genoeg
Trouw: atheisten zijn niet atheistisch genoeg
In de Trouw een reactie op een zuur stukje van ene Suurmond, waar ik maar niet bij stil stond, omdat je er net zo goed geen aandacht aan kan schenken. Maar ik kan het niet laten te reageren op de suggestie die wordt gedaan met deze titel dat atheïsten te 'agnostisch' zijn omdat een paar mensen een reclameleus schreven waar het woord 'waarschijnlijk' in voorkomt.
Nou zou ik dat zelf nooit doen. Ik zou pertinent gewoon schrijven 'god bestaat niet', het woord 'waarschijnlijk' komt helemaal niet in me op. Maar dat wil nog niet zeggen dat 'waarschijnlijk' vanzelf de mogelijkheid geeft dat god dus wel bestaat, en dat je dus precies maar 'het zekere voor het onzekere' kan nemen, zoals de weddenschap van Pascal dat voorschrijft.
Er is een reden dat mensen het omgekeerde niet kunnen zeggen: 'God bestaat waarschijnlijk wel'. De reden is dat er letterlijk geen enkele aanwijzing is dat de wereld op wat voor manier dan ook gemaakt is door een god, of dat er een god is die de boel in de gaten houdt. Geen enkel bewijs, geen feit, geen aanwijzing, niks wijst op een god.
Voor de afwezigheid van god zijn echter ontelbare aanwijzingen, waarvan in de eerste plaats zijn afwezigheid. Je ziet hem niet, je hoort hem niet, je merkt niks van een god die ergens prutst aan de natuur. Ongeveer alles wat ooit aan het handelen van god is toegeschreven, is inmiddels verklaard als een pure natuurlijke werking. God is nergens voor nodig, de natuur kan het allemaal zelf af.
Het is waarschijnlijk dat 'god' niet bestaat, omdat er niet één enkel bewijs te vinden is dat hij wel bestaat. Zodra er ook maar één bewijs was voor het bestaan van god, dan zouden alle andere gebreken aan bewijs ongeldig worden. Eén bewijsje maar! Maar er is géén bewijs. Daarom kunnen gelovigen ook dus niet zeggen: 'god bestaat waarschijnlijk wel'. Ze hebben niets, alleen maar lege handen. Terwijl de handen van de atheïst gevuld zijn met de afwezigheid van goden en een natuur die zelfstandig draait, zonder dat wonderdoeners en almachtige tovenaars hoeven in te grijpen.
In de Trouw een reactie op een zuur stukje van ene Suurmond, waar ik maar niet bij stil stond, omdat je er net zo goed geen aandacht aan kan schenken. Maar ik kan het niet laten te reageren op de suggestie die wordt gedaan met deze titel dat atheïsten te 'agnostisch' zijn omdat een paar mensen een reclameleus schreven waar het woord 'waarschijnlijk' in voorkomt.
Nou zou ik dat zelf nooit doen. Ik zou pertinent gewoon schrijven 'god bestaat niet', het woord 'waarschijnlijk' komt helemaal niet in me op. Maar dat wil nog niet zeggen dat 'waarschijnlijk' vanzelf de mogelijkheid geeft dat god dus wel bestaat, en dat je dus precies maar 'het zekere voor het onzekere' kan nemen, zoals de weddenschap van Pascal dat voorschrijft.
Er is een reden dat mensen het omgekeerde niet kunnen zeggen: 'God bestaat waarschijnlijk wel'. De reden is dat er letterlijk geen enkele aanwijzing is dat de wereld op wat voor manier dan ook gemaakt is door een god, of dat er een god is die de boel in de gaten houdt. Geen enkel bewijs, geen feit, geen aanwijzing, niks wijst op een god.
Voor de afwezigheid van god zijn echter ontelbare aanwijzingen, waarvan in de eerste plaats zijn afwezigheid. Je ziet hem niet, je hoort hem niet, je merkt niks van een god die ergens prutst aan de natuur. Ongeveer alles wat ooit aan het handelen van god is toegeschreven, is inmiddels verklaard als een pure natuurlijke werking. God is nergens voor nodig, de natuur kan het allemaal zelf af.
Het is waarschijnlijk dat 'god' niet bestaat, omdat er niet één enkel bewijs te vinden is dat hij wel bestaat. Zodra er ook maar één bewijs was voor het bestaan van god, dan zouden alle andere gebreken aan bewijs ongeldig worden. Eén bewijsje maar! Maar er is géén bewijs. Daarom kunnen gelovigen ook dus niet zeggen: 'god bestaat waarschijnlijk wel'. Ze hebben niets, alleen maar lege handen. Terwijl de handen van de atheïst gevuld zijn met de afwezigheid van goden en een natuur die zelfstandig draait, zonder dat wonderdoeners en almachtige tovenaars hoeven in te grijpen.