caritas in veritate: naastenliefde is geen solidariteit
De paus noemt in zijn encycliek 'Caritas in veritate' het atheisme inhumaan.
http://www.vatican.va/holy_father/benedict_xvi/encyclicals/documents/hf_ben-xvi_enc_20090629_caritas-in-veritate_en.html
De cursieve zin is cursief in de encycliek, dus is kennelijk bedoeld om met extra klem het atheisme af te wijzen.
Zo zie je hoe wat retorische woordkracht de geschiedenis op zijn kop kan zetten. De paus naait ons weer eens het gebruikelijke oor aan, wat mogelijk is als mensen de kennis van de geschiedenis vergeten.
In werkelijkheid is het humanisme het afstand nemen van religie en hiernamaals en het richten op de mens en het leven op aarde. Het christendom heeft de mens altijd afgeleid van het leven en stelde het 'leven na de dood' centraal. Het leven was altijd 'lijden', en door 'je kruis te dragen' kon je een mooie beloning na de dood verwachten, eeuwig te worden opgenomen in het paradijs.
Hoe meer hier afstand van werd genomen, en hoe meer het humanisme dus gestalte kreeg, hoe minder de religie in de melk te brokkelen had en de vooruitgang kon plaatsvinden. Dit heeft duidelijk een boel voorspoed teweeg gebracht. Een humanistische maatschappij is onweerlegbaar beter voor de mens dan een religieuze maatschappij.
Dus wat doet het geloof, en het is een truc die telkens weer wordt toegepast: lijf het succesvolle concept van je tegenstander in en beweer dat het eigenlijk afkomstig is van de religie. Alles wat er dan minder goed is in de maatschappij schuif je op het conto van je ongelovige tegenstander, zelfs al wordt het veroorzaakt door het geloof.
Je open stellen voor god en het geloof leidt de aandacht juist af van de 'broeders en zusters'; het geloof parasiteert op de gevoelens die eigenlijk op onze medemensen gericht horen te zijn.
Solidariteit in de religie is ook iets heel anders dan solidariteit in de open maatschappij. Solidair moet je zijn met anderen, niet alleen met je gelijkgestemde broeders en zusters.
Het begrip solidariteit past niet bij een hiërarchische, piramidaal opgebouwde maatschappij met grote machts- en inkomensverschillen. Het staat lijnrecht tegenover de christelijke naastenliefde, hoewel het voor de hand ligt dat de kerk graag solidariteit gelijk zou willen stellen aan de aalmoes voor de armen. Maar solidariteit streeft juist naar onafhankelijkheid, niet naar je hand ophouden voor de barmhartige samaritaan. Iedereen heeft recht op werk en een fatsoenlijk inkomen.
Caritas is de traditionele christelijke liefdadigheid waarmee de kerk de armen afscheepte om ze in de greep van het geloof te houden. Solidariteit is het antichristelijke concept dat tot de emancipatie van het geloof heeft geleid doordat mensen voortaan zelf in staat waren een bestaan op te bouwen. Ze werden niet langer arm en dom gehouden door de kerk. Mensen kregen recht op onderwijs en recht op werk, en dat was dan het einde van de 'christelijke solidariteit'.
http://www.vatican.va/holy_father/benedict_xvi/encyclicals/documents/hf_ben-xvi_enc_20090629_caritas-in-veritate_en.html
The greatest service to development, then, is a Christian humanism[157] that enkindles charity and takes its lead from truth, accepting both as a lasting gift from God. Openness to God makes us open towards our brothers and sisters and towards an understanding of life as a joyful task to be accomplished in a spirit of solidarity.
On the other hand, ideological rejection of God and an atheism of indifference, oblivious to the Creator and at risk of becoming equally oblivious to human values, constitute some of the chief obstacles to development today. A humanism which excludes God is an inhuman humanism. Only a humanism open to the Absolute can guide us in the promotion and building of forms of social and civic life — structures, institutions, culture and ethos — without exposing us to the risk of becoming ensnared by the fashions of the moment.
De cursieve zin is cursief in de encycliek, dus is kennelijk bedoeld om met extra klem het atheisme af te wijzen.
Zo zie je hoe wat retorische woordkracht de geschiedenis op zijn kop kan zetten. De paus naait ons weer eens het gebruikelijke oor aan, wat mogelijk is als mensen de kennis van de geschiedenis vergeten.
In werkelijkheid is het humanisme het afstand nemen van religie en hiernamaals en het richten op de mens en het leven op aarde. Het christendom heeft de mens altijd afgeleid van het leven en stelde het 'leven na de dood' centraal. Het leven was altijd 'lijden', en door 'je kruis te dragen' kon je een mooie beloning na de dood verwachten, eeuwig te worden opgenomen in het paradijs.
Hoe meer hier afstand van werd genomen, en hoe meer het humanisme dus gestalte kreeg, hoe minder de religie in de melk te brokkelen had en de vooruitgang kon plaatsvinden. Dit heeft duidelijk een boel voorspoed teweeg gebracht. Een humanistische maatschappij is onweerlegbaar beter voor de mens dan een religieuze maatschappij.
Dus wat doet het geloof, en het is een truc die telkens weer wordt toegepast: lijf het succesvolle concept van je tegenstander in en beweer dat het eigenlijk afkomstig is van de religie. Alles wat er dan minder goed is in de maatschappij schuif je op het conto van je ongelovige tegenstander, zelfs al wordt het veroorzaakt door het geloof.
Openness to God makes us open towards our brothers and sisters and towards an understanding of life as a joyful task to be accomplished in a spirit of solidarity.
Je open stellen voor god en het geloof leidt de aandacht juist af van de 'broeders en zusters'; het geloof parasiteert op de gevoelens die eigenlijk op onze medemensen gericht horen te zijn.
Solidariteit in de religie is ook iets heel anders dan solidariteit in de open maatschappij. Solidair moet je zijn met anderen, niet alleen met je gelijkgestemde broeders en zusters.
Het begrip solidariteit past niet bij een hiërarchische, piramidaal opgebouwde maatschappij met grote machts- en inkomensverschillen. Het staat lijnrecht tegenover de christelijke naastenliefde, hoewel het voor de hand ligt dat de kerk graag solidariteit gelijk zou willen stellen aan de aalmoes voor de armen. Maar solidariteit streeft juist naar onafhankelijkheid, niet naar je hand ophouden voor de barmhartige samaritaan. Iedereen heeft recht op werk en een fatsoenlijk inkomen.
Caritas is de traditionele christelijke liefdadigheid waarmee de kerk de armen afscheepte om ze in de greep van het geloof te houden. Solidariteit is het antichristelijke concept dat tot de emancipatie van het geloof heeft geleid doordat mensen voortaan zelf in staat waren een bestaan op te bouwen. Ze werden niet langer arm en dom gehouden door de kerk. Mensen kregen recht op onderwijs en recht op werk, en dat was dan het einde van de 'christelijke solidariteit'.