http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/02/16/%e ... %e2%80%99/
Het toeval reikt de stukjesschrijver soms de helpende hand.
In de discussie over legalisering van hulp bij zelfdoding hoor je vaak zeggen dat de ouderen van nu mondiger zijn geworden en daarom steeds luider durven opkomen voor het recht op een zelfgekozen levenseinde. Wordt hun dat ontzegd, dan nemen zij soms hun toevlucht tot de gruwelijkste vormen van zelfdoding. Er zouden al bejaarden zijn die zichzelf in hun tehuis met spiritus overgieten en in brand steken. (Ik zie dat bij mezelf alweer mislukken omdat ik, druipnat van de spiritus, in de zenuwen vergeten ben waar ik de lucifers gelaten heb.)
Hoe losten de ouderen dat vroeger op, vroeg ik me af, kwamen er toen ook al zulke vormen van zelfdoding voor, of hoorden we er amper over omdat er nog geen Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde bestond?
Terwijl ik vorige week het debat over deze kwestie volgde, keek ik naar de dvd-box Literaire ontmoetingen waar ik inmiddels over geschreven heb. Die bevat ook een interview van de criticus Hans Gomperts met columnist Simon Carmiggelt, live uitgezonden op 14 november 1962. Daarin vraagt Gomperts of Carmiggelt een bepaalde column die typerend is voor zijn werk, wil voorlezen.
Ze hebben dat kennelijk afgesproken, want Carmiggelt pakt meteen de column erbij en begint te lezen, zonder de titel te noemen.
De beginzinnen luiden: „De oude man was bijna onder een bierauto gelopen, maar op het nippertje hadden ze hem teruggesleurd naar de stoep. Daar stònd hij nu – fragiel, witte kabouter, in een oploop van beroepsvoorbijgangers, die allemaal riepen dat zulke stinkauto’s maar ráák reden.”
Het middengedeelte van de column moet ik helaas samenvatten. De bierchauffeur klimt uit de auto en vraagt de oude man naar zijn leeftijd (‘vijfentachtig’) en of „moeder er nog is”.
Nee, hij woont alleen en van de kinderen hoort hij allang niks meer. Dan vraagt de chauffeur terwijl de omstanders hem nog uitjouwen: „Waarom keek jij niet uit?” De oude staart naar de grond en de chauffeur vraagt door: „Als je nou zó oud bent. En je mag nog alles eten en drinken, dan heb je toch niks te mopperen? (…) Da’s toch een mooi leven…?”
Dan volgt het slot. „Eindelijk hief de grijsaard het hoofd op. Bijna verlegen keek hij de bierman aan en sprak: ‘Ach, ’t wordt zo vervelend…’ Verpletterd gingen we uiteen. Alleen de chauffeur had iets triomfantelijks in de manier waarop hij zijn wegkasteel beklom. De oude man bleef nog geruime tijd nadenkend aan de stoeprand staan. Toen stak hij moedeloos over.”
Na enig zoeken kon ik dit ten onrechte vergeten stukje proza van Carmiggelt vinden. Het staat in de bundel Louter leugens en is het tweede deel van het drieluik ‘Een toontje lager’. Die bundel dateert nota bene van 1951. Toen al schreef Carmiggelt een stukje dat nu naadloos bij de discussie over hulp bij zelfdoding aansluit. Zou hij dit voorval zelf hebben meegemaakt? Dat hoeft niet, maar ik neem wel aan dat hem iets dergelijks is verteld.
Gomperts vond het een schitterend verhaaltje en noemde de chauffeur „een soort hogere macht die inzicht heeft in de ziel van die man.”
Carmiggelt glimlachte. Eigenlijk was hij zelf als schrijver die hogere macht geweest.
Ik word er zo treurig van. Je zou hopen dat we als beschaafde maatschappij nu betere voorzieningen hadden voor bejaarden, maar in plaats daarvan gaat het over het recht van bejaarden om uit het leven te stappen als iedereen ze in de steek heeft gelaten. Sorry dat ik het zo bot zeg. In de discussie gaat het natuurlijk steeds over bejaarden die netjes in het tehuis zitten en alle verzorging krijgen die nodig is, maar in de werkelijkheid krijgen bejaarden helemaal niet de zorg die ze nodig hebben. Ze krijgen integendeel steeds te horen: u bent nog veel te goed en gezond om hulp te krijgen. Je moet wel behoorlijk kreupel en verward zijn om in aanmerking te komen voor een plaats in een tehuis. En op allerlei andere regelingen wordt bezuinigd, of er is zoveel bureaucratie dat je pas geholpen wordt als je bijna dood bent, dus als het niet meer hoeft. De vriend van mijn tante moest eerst heel erg lang op een electrisch wagentje wachten, en hij kreeg het pas toen het al zowat niet meer ging. Toen hij dood was heeft het nog maanden in de gang gestaan omdat het systeem te log was direct op de melding te reageren. Thuishulp is meer toegespitst op efficiëntie dan op menselijkheid.
Het zal wel zo zijn dat mensen het recht moeten hebben op zelfmoord, en dat het allemaal gruwelijk is als ze van die mislukte pogingen ondernemen, maar mijn mening is dat er op kosten van de samenlevingen veel meer voorzieningen voor bejaarden moeten zijn die het leven wat leuker en zinvoller maken. Het moet worden voorkomen dat bejaarden zo makkeiljk wegzinken in eenzaamheid, en ze moeten productiever kunnen zijn als ze dat kunnen en willen. In dit land worden veel verkeerde prioriteiten gesteld, als je het mij vraagt.
