Pagina 1 van 1

RELIGIE VOOR CHRISTENEN

BerichtGeplaatst: do jul 21, 2011 11:19 pm
door paganisgood
KAREN ARMSTRONG: DE BIJBEL
(2007)
Het boek telt in de uitgave die ik bezit 262 bladzijden; het boek begint op bladzijde 9 en eindigt op
bladzijde 207. Een mooie 200 bladzijden onderzoek naar de Bijbel door de katholieke ex-non (er
bestaan ook boeddhistische nonnen en waarschijnlijk nog andere ook, maar we dwalen af) Karen
Armstrong. Werden er dan meer dan 50 blanco bladzijden aan toegevoegd om gretig nota's te
kunnen nemen? Nee, voor die nota's moet je zelf voor papier zorgen. Die 50 pagina's worden
gebruikt voor iets dat ‘epiloog’ als titel meekreeg en goed is voor 10 bladzijden. Het was beter
gewoon een hoofdstuk in het boek geweest, maar we doen niet moeilijk. Volgt dan nog de
verantwoording bij de vertaling, zo staat de naam van de vertalers er nogmaals vermeld. Trouwens
een vlot leesbare vertaling, dat mag ook gezegd.
Maar dan begint mijn ergernis:
*verklarende woordenlijst: 12 bladzijden
*noten (voetnoten): 15 bladzijden
*literatuur: 8 bladzijden
*register: 4 bladzijden
Van dergelijke boeken krijg ik ontstoken zweetklieren en de bibberatie. Om de drie regels staat een
piepklein cijfertje. U wordt dan geacht achteraan in het boek op zoek te gaan naar het
overeenstemmende cijfertje. Niet zo makkelijk als je denkt, want de cijfertjes vallen in de herhaling:
bij elk nieuw hoofdstuk begint de nummering opnieuw. Je moet dus geweldig oppassen dat het
gevonden nootje wel van de juiste boom is. Het lijden is dan nog niet voorbij, want wat staat er dan?
Jesaja 6:3 of het volgende : Cross, from Epic to Canon, pagina 41-42. Waarschijnlijk zal je niet naar de
bibliotheek rennen om te leren wat die Cross te vertellen heeft op pagina 41 en 42 van zijn boek, van
welk boek? De Nederlandse uitgave, de Engelse, …? Ieder heeft de Bijbel in huis. De gelovigen om in
de kast te zetten en de atheïsten om de bewijzen tegen het godsbestaan op te zoeken. Om te weten
wat er in Jesaja 6:3 staat moet je dus de Bijbel mee op de schoot nemen. Maar naast je persoonlijke
nota's en het boek waar het allemaal om gaat is er dan nog maar weinig plaats over. Maar voor de
kennis willen we lijden.
Nadat ik ‘De Profeet’ van dezelfde Armstrong had gelezen, en mijn ontgoocheling over deze
kritiekloze hagiografie niet voor mezelf had gehouden, kreeg ik bakken kritiek. Uiteraard vanuit de
islam, maar ook van hun fellow-travellers, de politiek juisten. Niemand heeft het recht twee van hun
heilige huisjes aan te vallen: Mohammed en Armstrong.
Ik heb niets tegen Armstrong (wel veel tegen Mohammed). De bewijzen: ondanks de
pseudowetenschappelijk doenerij met al dat voetnotengedoe - na enkele voetnoten geef je de strijd
op en laat je de noten aan de boom - heb ik geweldig veel bijgeleerd over de Bijbel. Om toch te
citeren uit de epiloog: ”in deze beknopte biografie is gebleken dat veel hedendaagse
veronderstellingen over de Bijbel onjuist zijn.”
De refo's zullen niet akkoord zijn met de stelling dat de Bijbel niet letterlijk mag gelezen worden. De
Bijbel, woord van God, begint echter al in verwarring: twee elkaar tegensprekende
scheppingsverhalen. Alsof God het zelf niet meer wist en op dreef moest komen.
Ben ik het daarom steeds eens met Karen Armstrong? Helemaal niet. Als de auteur zich verkoopt als
een katholieke non, weliswaar uitgetreden maar niet wegens religieuze redenen, dan is een flinke
dosis wantrouwen meer dan gerechtvaardigd. Reeds in het begin probeert ze me te overtuigen dat
het letterlijk nemen van de Bijbel van zeer recente datum is. Dat er tot voor kort lustig op los mocht
gefantaseerd worden. Ik kan nu direct bladzijden vullen met voorbeelden van die fantasie van de
kerk. Ruik ik daar een brandstapeltje? Nee, daarover moeten we zwijgen. Laat me in mijn ondeugd
een bekend naampje droppen: Galilei. Armstrong is hier, met geschiedenis als rechter en getuige,
niet geloofwaardig.
Juist Karen, veel belangrijker in de Bijbel zijn de leefregels. Wat we mogen eten en niet. Maar ook "gij
zult niet doden", terwijl het bloed veroorzaakt door een genocidiaire God van iedere pagina druipt.
Maar dat is dan weer geschiedenis en geen religie. Zo ook biedt de Bijbel “gewaarwordingen van
transcendentie”. Ik ben tijdens het lezen en bestuderen van de Bijbel veel gewaar geworden, maar
geen transcendentie. Niet dat we niets bijgeleerd hebben. Voorbeeld: de Bijbel, ten minste de eerste
vijf boeken, werd in zijn eerste versie samengesteld in de tijd van Homerus. Koningen lieten allerlei
verhalen optekenen waaruit ze natuurlijk zo positief als maar enigszins mogelijk te voorschijn
kwamen. Maar eveneens dat er een goddelijke steun en rechtvaardiging aan hun bewind zat. Om dan
nog niet te spreken over hun fantastische stamboom, ook hier met goddelijke verwijzingen.
Zo lezen we ook dat er meerdere, minstens twee, auteurs waren die uit de grote hoeveelheid
verhalen een samenhangend verhaal probeerden te maken. Vandaar ook de tegenspraken. Geen van
beide auteurs was er trouwens van overtuigd dat er maar één God was. Jahweh (JHWH) is de beste,
maar niet de enige. Zo staat het boek vol met leuke weetjes. Je leest vlot mee en bekommert je niet
meer over de zondvloed aan cijfertjes die je naar de laatste pagina's willen lokken. Vlot lezen, dat is
wel relatief. Soms moet je, als Bijbelleek, even naar adem snakken en de zin hernemen. En nog eens
hernemen.
Komen we aan de Verlichting. Ik merk een ondertoon van spijt als Armstrong stelt dat de Verlichting
een analytische manier van denken aanmoedigde. Dit in plaats van de Bijbel als een geheel te zien.
Maar het ontleedmes betekent voor mij niet dat het geheel verdwijnt. Als je niet meer mag ontleden,
lees onderzoeken, dan is alle kritiek bij voorbaat uitgesloten. En is Armstrong zelf niet bezig de Bijbel
te ontleden? Of heb je twee soorten ontleden: de goede katholiek en de slechte twijfelaar?
Armstrong meent ook een tegenstelling te vinden bij de filosofen van de Verlichting (deïsten en
atheïsten). Ze stelt vast dat de rede als het ware hun nieuwe God is, maar ze tegelijk verliefd zijn op
de Griekse en Romeinse oudheid met zijn verzameling goden en mythen. Armstrong schijnt echt te
geloven dat die filosofen de Griekse en Romeinse goden echt aanbaden. Een beetje zoals Alain de
Botton denkt dat schoonheid of gemeenschap een religieus godsdienstig eigendom is, waar
ongelovigen best een voorbeeld aan zouden nemen, want zoiets bezitten ongelovigen immers niet.
Vandaar dat het onbegrip van Armstrong gebaseerd is op een valse tegenstelling. Ik heb ook vol
bewondering naar kathedralen, boeddhistische tempels of islamitische gebedshuizen gekeken. Maar
daarom ben ik nog geen gelovige geworden.
Kunst, poëzie, schoonheid, het ligt ingebeiteld in onze hersenen dat dit religie is of op zijn minst
religieus. Ik kan de Kruisafname geschilderd door Rubens bewonderen en ontleden zonder ook maar
de minste religieuze gewaarwording. De polyfone muziek gebracht in een gotische kathedraal,
verlichtmet kaarsen is niet religieus maar mooi. En zo zijn we terug bij de Verlichting. Armstrong
heeft de voorgaande hoofdstukken geschreven als technieker. Ik heb al aangehaald hoe ze terecht
als een vorser de Bijbel ontleed op zoek naar de auteurs. Hoe we hierbij tegelijk onderricht krijgen in
de geschiedenis van het Joodse (Gods uitverkoren) volk. Er wordt uit de doeken gedaan wat het
verhaal van Mozes werkelijk betekent in de geschiedenis. Maar tegelijk vinden we uitgebreide
verslagen over de Joden in Polen in de 18e eeuw. Dat maakt dat het boek weg en weer schommelt
tussen interessante wetenswaardigheden ( vanwaar kwamen de eerste joden) en zeer gedetailleerde
stukken, voer voor Bijbel onderzoekers ("waarom was de Deuteronomist, die klaarblijkelijk op de
hoogte was van het werk van de Jahwist en de Elohist, onbekend met de Priestercodex EI?"). Het
antwoord staat natuurlijk in het boek, maar ik bespaar het u. Ik merk terloops op dat mijn vriend
baron D’Holbach, die een plank vol heeft geschreven over de Bijbel, het moet doen met één citaat,
dat dan nog cijferloos naakt is zodat we het tussen de noten vruchteloos zoeken. Het citaat mag ik
echter niet voor mezelf houden: "… Vond dat het geloof in een bovennatuurlijke God blijk gaf van
lafheid en wanhoop". Spinoza krijgt, wegens bekender, meer eer toegewezen, een volledige
bladzijde. Armstrong geeft geen commentaar. Ze herhaalt droog zijn redenering dat de veelheid aan
tegenstrijdigheden in de Bijbel bewijzen dat de Bijbel niet van goddelijke oorsprong kan zijn. Dat er
geen bovennatuurlijke God bestaat. Dat wat de mensen "God" noemen: de natuur zelf is. Leuk en om
te onthouden is de chassidische regel die zegt dat je om de Bijbel tot zich te laten spreken de mens
zijn verstandelijke vermogens op nul moet zetten. Dat is nu eens iets waar ik het volledig mee eens
ben.
Naarmate het boek het einde nadert dwingende conclusies zijn kop. Jezus was wel een goddelijke
openbaring maar de schrijvers die er verslag over hadden gedaan waren ook maar mensen. Mensen
die konden zondigen en dwalen en fouten maken. Het boek zit voortdurend op de wip. Aan de ene
kant zit de Armstrong die ons duizenden aardige argumenten aanreikt waarmee we de goddelijke
status van de Bijbel onderuit kunnen halen. Aan de andere kant zit een Armstrong die voortdurend
op de rem staat, verhindert dat de katholieke Armstrong van de wip gekatapulteerd wordt.
Misschien ongewild vestigt ze mijn aandacht op het boek “ Robert Elsmere”, in 1888 geschreven
door Mrs Humphry Ward. Daaruit citeert Armstrong: "als de evangeliën niet feitelijk, historisch waar
zijn, kan ik niet inzien en welk opzicht ze dan wel waar zijn, of waarde hebben." Ik had het zelf niet
beter kunnen concluderen en bedank haar hiervoor. Dit is immers een gevoel dat velen ook vandaag
hebben en zullen herkennen, maar waar Armstrong geen antwoord op geeft. Wellicht omdat ze er
geen heeft.


EPILOOG: terwijl ik dit zat neer te schrijven keek ik met een half oog naar een islamitische, onkritische documentaire over het leven van Mohammed. En wie verschijnt nu en dan in beeld om de lof van Mohammed te zingen? Onze Karen Armstrong!
Ivan Basyn