Pagina 1 van 1

betovering van het geloof, dennett

BerichtGeplaatst: za dec 02, 2006 11:40 pm
door Els
Een biologische verklaring voor het fenomeen religie

(c) De Standaard 30/10/06

Wetenschappers die zich afvragen welk biologisch nut religie heeft, zitten misschien op het verkeerde spoor.

DANIEL Dennett heeft een raadseltje voor het publiek. Dennett, hoogleraar filosofie aan de Tufts University in Boston, spreekt een divers publiek van wetenschappers toe op een conferentie in de charmante oude abdij van San Giorgio in Venetië. Er zijn al biologen aan het woord geweest, sterrenkundigen, hersenonderzoekers en computerwetenschappers, allemaal over het thema 'De toekomst van de wetenschap'. De filosoof daagt zijn toehoorders uit met een geprojecteerde foto van een soort vage grijze vlek. Wil er iemand raden wat dit is? Iets microscopisch, misschien? Een amoebe? Een schimmelcultuur? Iets nanotechnologisch?

Nee, de vlek blijkt gefotografeerd vanuit de ruimte, door een satelliet in een baan om de Aarde. Het zijn miljoenen gelovige hindoes, bij elkaar gekomen aan de heilige rivier de Ganges. ,,Dit vereist een biologische verklaring!'' roept de filosoof uit. Als biologen van een andere planeet de Aarde zouden komen bestuderen, zou dit een van de eerste tekenen van het Aardse leven zijn die ze zouden zien. ,,Het is een reusachtig en belangrijk natuurverschijnsel. Hoe is dit ontstaan? Waar dient het voor? Hoe houdt het zichzelf in stand?''

Religie is een biologisch fenomeen dat een biologische verklaring behoeft, vindt Dennett. En hij heeft zo zijn eigen ideeën over wat die verklaring zou kunnen zijn. Ideeën die niet altijd in goede aarde vallen, noch bij biologen, noch bij de studieobjecten, gelovigen.

TRADITIONEEL proberen biologen het bestaan van religie te verklaren vanuit Darwins evolutietheorie. Gelovig zijn moet een of ander voordeel meebrengen, gaat dan de redenering. Bijvoorbeeld dat het de sociale cohesie in een groep mensen bevordert, of dat het op moeilijke momenten het moreel opkrikt, of gewoon dat het aanzet tot veel kinderen krijgen. Waardoor gelovige mensen hun religie-genen doorgeven aan de volgende generatie.

Dat zou allemaal best kunnen, meent Dennett. Maar het hoeft niet. Welk nut religie heeft voor mensen, is volgens hem de verkeerde vraag. Hij geeft een ander voorbeeld van merkwaardig diergedrag: mieren die elke avond naar de top van een grassprietje klimmen en zich daar vastklemmen, wachtend tot ze met grassprietje en al worden opgegeten door een grazend dier. Als ze niet worden opgegeten, klimmen ze 's morgens weer naar beneden en leven overdag hun gewone mierenleven om de volgende avond opnieuw post te vatten op een grasspriet. Net zo lang tot ze uiteindelijk wél worden opgegeten. Welk nut kan zulk gedrag hebben voor mieren?

Helemaal geen. De mieren zijn besmet met een parasiet, Dicrocoelium dendriticum (de kleine leverbot), die hun hersenen manipuleert en hen dwingt om 's nachts grassprieten te beklimmen. Die parasiet heeft er wél voordeel bij dat de mier opgegeten wordt, want hij plant zich voort in het lichaam van een koe.

HEEFT religie voor mensen misschien even weinig nut als nachtelijk grasklimmen voor mieren? Zou ons religieuze gedrag het gevolg kunnen zijn van een infectie door een parasiet? ,,Een parasiet die de hersenen infecteert en suïcidaal gedrag veroorzaakt'', vat Dennett uitdagend samen, en even laat hij het publiek twijfelen of hij het over mierenhersenen heeft of over die van religieuze zelfmoordterroristen. Maar als dat zo is bij religieuze mensen, welk voordeel heeft die parasiet er dan bij? Bestaat er een soort religie-virus? Nee, niet in de letterlijke zin, volgens Dennett. Maar het scheelt niet veel.

Om te begrijpen wat er gaande is, grijpt Dennett terug naar een controversieel idee van de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins, het idee van memen (enkelvoud meme, soms ook mem). Dat woord is door Dawkins bedacht naar analogie met genen, die de eenheid zijn van genetische informatie, en de grondstof voor de darwiniaanse evolutie. Memen zijn dan de eenheid van culturele informatie, en evenzeer grondstof voor evolutie. Dat er een vage analogie bestond tussen de biologische evolutie en de evolutie van ideeën in de menselijke cultuur, was al eerder opgemerkt, maar Dawkins was de eerste die dat idee hard maakte, in zijn baanbrekende boek The Selfish Gene (Onze zelfzuchtige genen) uit 1976.

Dat ideeën besmettelijk zijn, heeft iedereen al ervaren. Het lijkt of ze zich voortplanten. Een idee zit eerst in het hoofd van één persoon, maar die vertelt het aan iemand anders en dan zit het in twee hoofden. Door e-mail komt het in een derde en per sms in een vierde. Het idee, of de meme of mem in de terminologie van Dawkins, heeft zichzelf gerepliceerd, en heeft daarvoor gebruik gemaakt van zijn 'gastheer', de mens waar het in zit. Door wat die doet, bijvoorbeeld een sms'je intikken of woorden spreken, kan de meme zich verspreiden.

Bij een gen gaat het net zo: dat zit in ons DNA, en door al onze inspanningen om ons voort te planten komt er een kopie van het gen te zitten in het DNA van een nieuwe mens. Wij zijn natuurlijk geneigd te vinden dat wíj ons voortplanten met behulp van de genetische machinerie, maar je kunt het perspectief even goed omdraaien: de genen planten zich voort, met behulp van ons. Bij memen hetzelfde: ideeën repliceren zich met behulp van mensen.

NIET alle genen hebben even veel succes bij het reproduceren, en dat geldt ook voor memen. Het ene idee vinden we maar niks en zijn we snel weer vergeten, over het andere zijn we zo enthousiast dat we er honderduit over vertellen en er tientallen andere mensen mee besmetten. Memen die goed zijn in het repliceren, raken wijdverspreid, memen die er niet goed in zijn, sterven uit. Dat is natuurlijke selectie in actie, de essentie van evolutie.

Memen kunnen heel divers zijn. Van een melodietje dat je hoort en niet meer uit je hoofd krijgt, over een uitvinding (het wiel, de hypotheeklening) of een mode (sportschoenen dragen ook als je geen sport doet) tot abstracte of morele ideeën (vrijheid van meningsuiting). Van heel simpel en besmettelijk ('dagdagelijks' zeggen in plaats van 'dagelijks') tot complex en moeilijk overdraagbaar (de kwantummechanica).

Wat maakt dat een meme succesvol is in het repliceren? De redenen daarvoor kunnen heel divers zijn. Sommige zijn gewoon goede ideeën: ze bezorgen degene die er kennis mee maakt, een of ander voordeel en daarom worden ze geïmiteerd (het wiel, de hypotheeklening). Maar er zijn ook memen die hun drager (de mens) geen voordeel bezorgen en zich toch vlot repliceren. Een drastisch voorbeeld daarvan zijn golven van zelfmoorden, als jongeren de zelfmoord van een idool imiteren of bij zelfmoordterroristen. Vanuit het gezichtspunt van de meme doet het er weinig toe dat een drager sterft: de meme kan zich verspreiden doordat die drager erover spreekt voor hij sterft, of doordat zijn daad op tv komt.

Er zijn ook memen die valsspelen. Neem een kettingbrief, die bestaat uit het bevel om hem tien keer te kopiëren en naar tien mensen op te sturen, of een ketting-e-mail die je naar je hele adressenboek moet sturen. Soms met een dreigement erbij: er zal je onheil overkomen als je de ketting verbreekt. Of een beroep op het gevoel: het is zogezegd voor een goed doel. Zulke memen verspreiden zich niet omdat ze hun drager een voordeel bezorgen, maar gewoon dankzij de 'kopieerinstructie' die ze bevatten. Ze lijken op virussen, die zich niet op de normale manier voortplanten, maar het voortplantingsmechanisme van een cel 'kapen' om zichzelf te kopiëren.

DENNETT ziet religies als memen. Als kampioenen-memen. De Bijbel behoort al duizenden jaren tot de memen die zich het best repliceren. En religies, als memen bekeken, maken gebruik van alle trucs uit de memetische trukendoos. Vele ervan bevatten expliciete kopieerinstructies - geboden dat de gelovigen Het Woord moeten verspreiden.

Net zoals het lichaam tegen biologische virussen een afweersysteem heeft ontwikkeld, staan we niet weerloos tegen memen. Een sceptische geest of een gezond oog voor ons eigenbelang kunnen beschermen tegen sommige gevaarlijke memen.

Maar net als er virussen geëvolueerd zijn die weer tegenmaatregelen treffen tegen de afweer van het lichaam, of die zelfs het afweersysteem aanvallen, zoals het aidsvirus, zo zijn er ook geavanceerde en succesvolle memen die instructies bevatten om de afweer te omzeilen. Dennett ziet daar voorbeelden van in religieuze memen. Zoals de impliciete of expliciete instructie dat je over de inhoud van de religie niet te rationeel mag nadenken, dat het niet goed is om er al te kritische vragen over te stellen. Dat je je moet 'overgeven' aan het geloof, en Gods woord gehoorzamen, ook als je het niet begrijpt. Dat je niet te diep mag ingaan op vragen zoals door wie God dan wel geschapen is. Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Dat je God moet danken voor alle goede dingen, maar dat je hem niet de slechte dingen mag verwijten. Dat je niet mag luisteren naar de argumenten van ongelovigen.

Absolute memetische spitstechnologie, als je het Dennett vraagt. Het wonderlijke resultaat van de survival of the fittest in de ideeënwereld.

Dat Dennetts ideeën niet in goede aarde vallen bij gelovigen, deert de filosoof niet. Hij behoort in de VS tot de meest strijdbare atheïsten, onder meer met zijn recente boek Breaking the Spell: Religion as a Natural Phenomenon (De betovering van het geloof) - net als de Brit Dawkins trouwens, met The God Delusion (God als misvatting). Maar aanvallen van evolutiebiologen raken hem wel. Na Dennetts lezing staat in de zaal de Duitse bioloog Irenäus Eibl-Eibesfeldt van de universiteit van München op, die hem verwijt: ,,U bent geen echte evolutionist, want u hebt niet de vraag gesteld hoe religie ons 'fitter' maakt.'' Een beschuldiging die Dennett, als een van de vurigste verdedigers van de evolutietheorie en van Darwin niet onbeantwoord kan laten.

Volgens Dennett stelt Eibl-Eibesfeldt precies de verkeerde vraag. Het gaat er niet om of religie óns een voordeel oplevert, het gaat erom welke kenmerken van religieuze memen een voordeel opleveren voor die memen . Net als bij het vreemde grasklimgedrag van de mieren. Dat is wel degelijk het resultaat van evolutie à la Darwin, alleen niet van de evolutie van de mieren, maar van de evolutie van de parasiet.

Steven Stroeykens