melancholiek
Ik heb geen kinderen. Ik werd daardoor net opeens overvallen door een hele melancholieke gedachte. Ik ben namelijk het resultaat van vier miljard jaar evolutie. Ooit verschenen hier moleculen die het vermogen ontwikkelden zichzelf te kopiëren. Dit vermogen werd in de loop van de tijd verfijnd, en de moleculen die het trucje het beste konden toepassen lieten de meeste nakomelingen (zelfreplicerende moleculen van die vooroudermolecuul) na. Stel je voor dat al het leven op aarde uiteindelijk afstamt van een enkel zelfreplicerende molecuul dat een heel goed trucje had ontwikkeld.
De moleculen werden steeds ingewikkelder, verbonden zich met andere nuttige moleculen, de succesvolste groeiden via allerlei voorlopers uit tot DNA. Ze begonnen ook te werken aan hun eigen bescherming en kregen jasjes aan, stoffelijke omhulsels, te beginnen met een simpel membraampje als cel, dan samenklonteren, misschien tot slijmerige schimmels en gisten enzovoort. Al deze stadia zijn in zekere zin 'voorouders'. Op een gegeven moment ontstonden er planten en dieren en andere hoofdvormen van het leven. Die lukte het elke weer hun cellen te delen, inmiddels door dubbelgespiraald DNA, recombinatie en bijvoorbeeld seks, en vormden zo een ononderbroken keten met het leven van nu. Ontelbare amoebes, weekdieren, vissen, reptielen of reptielachtigen, boomdieren met staarten, apen, mensapen, allemaal plantten zich voort, en die keten ging maar door tot ik werd geboren.
En nou ben ik er dan, en ik verbreek die keten van vier miljard jaar, die mij verbindt met mijn vroegste vooroudermolecuul.
Niet dat ik me verplicht voel, maar op het moment vind ik het even een sneue gedachte, vier miljard ononderbroken celdeling en dan hier in de 21 eeuw ophouden.
De moleculen werden steeds ingewikkelder, verbonden zich met andere nuttige moleculen, de succesvolste groeiden via allerlei voorlopers uit tot DNA. Ze begonnen ook te werken aan hun eigen bescherming en kregen jasjes aan, stoffelijke omhulsels, te beginnen met een simpel membraampje als cel, dan samenklonteren, misschien tot slijmerige schimmels en gisten enzovoort. Al deze stadia zijn in zekere zin 'voorouders'. Op een gegeven moment ontstonden er planten en dieren en andere hoofdvormen van het leven. Die lukte het elke weer hun cellen te delen, inmiddels door dubbelgespiraald DNA, recombinatie en bijvoorbeeld seks, en vormden zo een ononderbroken keten met het leven van nu. Ontelbare amoebes, weekdieren, vissen, reptielen of reptielachtigen, boomdieren met staarten, apen, mensapen, allemaal plantten zich voort, en die keten ging maar door tot ik werd geboren.
En nou ben ik er dan, en ik verbreek die keten van vier miljard jaar, die mij verbindt met mijn vroegste vooroudermolecuul.
Niet dat ik me verplicht voel, maar op het moment vind ik het even een sneue gedachte, vier miljard ononderbroken celdeling en dan hier in de 21 eeuw ophouden.
