P.J.Thung Universitet Utrecht schreef:Realisme en Relativisme
door P.J.Thung
De twee termen uit de titel worden in verschillende contexten en op verschillende wijzen gebruikt. Hier gaat het om hun toepassing in de kentheorie, speciaal met het oog op wetenschappelijke kennis en met daarbij weer bijzondere aandacht voor de natuurwetenschap. Realisten zijn dan allen die menen dat deze kennis betrekking heeft op en een betrouwbare wegwijzer is in een werkelijkheid ("res") die objectief, dat wil zeggen los van de mensheid, bestaat. Relativisten (ook wel anti-realisten of subjectivisten genoemd) daarentegen benadrukken dat kennis vooral begrepen moet worden in verband ("relatio") met de wijze waarop en de omstandigheden waaronder zij is verworven. Of die kennis een al dan niet objectief bestaande werkelijkheid betreft, daarover kunnen relativisten verschillend denken, maar menselijke kennis weerspiegelt volgens hen in elk geval mede de psychologische, culturele of andere condities van de kennende mens, wat tot belangrijke persoonlijke of groepsgewijze verschillen kan leiden.
De tegenstelling realisme versus relativisme is samen te vatten in de volgende vraag: heeft ons kennen, na aftrek van alle menselijk falen en rekenend met de noodzaak voortdurend te blijven zoeken naar nieuwe gegevens of betere interpretaties, in laatste instantie objectieve en universele geldigheid, of is het laatste woord toch aan de betrekkelijkheid van het individuele of culturele perspectief? Deze vraag is het uitgangspunt van het boek "The last word" (Oxford University Press, 1997) van Th. Nagel, die daarin uitkomt op "..what I shall call a rationalist answer against what I shall call a subjectivist one" (p.3). In het volgende vat ik de hoofdlijnen van zijn betoog samen, met hier en daar (herkenbaar aan cursieve tekst) enig commentaar mijnerzijds.
Ontologische uitgangspunten. (Ontologie = zijnsleer)
Een voor Nagel vanzelfsprekend uitgangspunt, is het objectieve bestaan, los van wat wij ervan ervaren, van een werkelijkheid waarin en waaruit wij leven. Die werkelijkheid is gekenmerkt door een structuur, een "natural order", die als zodanig toegankelijk is voor ons kennen. De belangrijkste strekking van het boek is dat "reason", ons redelijk denk- en kenvermogen, mits juist en kritisch toegepast, zodanige greep heeft op die werkelijkheid, dat wij haar, met haar structuur, in principe kennen zoals zij echt is, wat wordt aangeduid met uitdrukkingen als: "things as they are in themselves", "what is objectively the case", "how things really are". Nagel kent daarbij aan ons denkvermogen en aan de daarmee te verwerven kennis eveneens een zelfstandig bestaan toe. Er bestaat namelijk zoiets als een "general category of mind", onafhankelijk van de mens: "objective reason" is geen menselijk monopolie, wij nemen eraan deel. En "objective reason" leidt tot "objective knowledge", tot oordelen die objectief en universeel geldig zijn, los van de vraag of wij ze al dan niet denken. De laatste woorden van dit boek zeggen het als volgt: ons denken over de wereld en onszelf ".. leads eventually to thoughts that we cannot think of as merely 'ours'. If we think at all, we must think of ourselves, individually and collectively, as submitting to the order of reason rather than creating it" (p.143).
Voor zijn standpunt voert Nagel drie soorten van argumenten aan. In de eerste plaats wordt gewezen op de kracht van twee instrumenten van ons denken, namelijk wiskunde en logica. Weliswaar, aldus Nagel, leert men de rekenregels en geldige syllogismen in een bepaalde sociale setting en onder bepaalde psychologische omstandigheden, zoals subjectivisten zo graag benadrukken, maar dat doet niets af aan hun absolute en universele geldigheid (p.56). Verwezen wordt naar de dwingende logica in argumentaties als van Plato en Euclides (p.57), waarvan de conclusies onweerlegbaar zijn: "There is no glimmer of explanation in the opposite direction". Hetzelfde geldt voor rekenkundige regels: 2x2 is altijd en overal 4! Logische en wiskundige waarheden zijn krachtiger, zijn van een hogere orde dan de psychologiserende en andere denkwijzen die hen willen relativeren. Aansluitend daarop stelt Nagel dat "..simple logical thoughts dominate all others and are dominated by none, because there is no intellectual position we can occupy from which it is possible to scrutinize those thoughts without presupposing them." Dit is een nieuw en wel een methodologisch argument: het is onmogelijk de logica te relativeren zonder daartoe diezelfde logica te gebruiken! (p.64)
Tenslotte het volgende. Bij het verwerven van empirische kennis, zoals in de (natuur)wetenschap, gebruiken we niet alleen logica en wiskunde, maar allerlei menselijke vermogens (hypothesevorming, instrumentatie, waarneming, interpretatie) waardoor fouten en vergissingen kunnen binnensluipen. Maar de mogelijkheid tot falen verhindert niet dat wij in beginsel absolute en universeel geldige kennis kunnen bereiken. Want die geldigheid hangt niet alleen af van de methoden waarmee kennis wordt verworven, maar ook van de inhoudelijke overtuigingskracht van onze kennisuitspraken. Rationele kennis spreekt voor zichzelf, er is geen verstandig woord tegenin te brengen: "... the real character of reason is not found in belief in a set of 'foundational' propositions, nor even in a set of procedures or rules for drawing inferences, but rather in any forms of thought to which there is no alternative." En als er niets tegenin is te brengen, ligt dat niet aan ons, maar dan bestààt er gewoon geen alternatief: "This does not mean 'no alternative for me' or 'for us'. It means 'no alternative', period (dwz.: punt, uit). That implies universal validity" (p.68/69).
Het subjectivisme, zo hervat Nagel deze redenering nog eens, wordt het best bestreden door af te stappen van beschouwingen over de methoden ("second order-claims") en liever de beweringen van subjectivist en realist inhoudelijk te vergelijken (p.84/85). Dan gaat het om een keuze tussen verschillende directe uitspraken over de werkelijkheid ("first-order claims") en dan zal het realistische oordeel vaak, hoewel niet altijd, overtuigender zijn dan het relativistische (p.86/87). Soms blijft het misschien gelijkspel, maar de geloofwaardigheid van een gewone dagelijkse uitspraak is toch een goede reden om relativistische interpretaties ervan te verwerpen: "There is no alternative to considering the alternatives and trying to make up one's mind." (p.87)
Nagels kritiek op het relativisme
Het voorgaande is als volgt samen te vatten. Onze denkinstrumenten, met logica en wiskunde voorop, leiden tot objectieve en algemeen geldige kennis die ook inhoudelijk overtuigend is. Het meest overtuigend is natuurlijk het feit dat (natuur)wetenschappelijke kennis ook echt wèrkt, zodat we met praktische voorbeelden kunnen zeggen: zie je wel, zo ìs het echt, het is niet alleen maar een denkwijze! Bovendien zegt het eerdergenoemde methodologische argument, dat ook de relativist pretendeert objectieve algemeen geldige kennis te verkondigen; hij wil ons immers duidelijk maken hoe het ècht gesteld is met werkelijkheid en wetenschap!
Dit laatste argument wordt door Nagel herhaaldelijk uitgewerkt in verschillende varianten, waarvan ik nog een enkele citeer: ".. the claim 'Everything is subjective' must be nonsense, for it would itself have to be either subjective or objective. But it can't be objective, for in that case it would be false if true. And it can't be subjective, because then it would not rule out any objective claim, including the claim that it is objectively false" (p.15). Met andere woorden: rationeel uitleggen, dat rationele oordelen nooit objectief waar zijn, is als het doorzagen van de tak waarop men zit. Daar staat wel tegenover, dat wie de invloed van culturele, psychologische en verwante factoren op onze oordeelsvorming benadrukt, als eerste zal erkennen dat ook zijn eigen keuze daarvoor mede door zijn persoonlijke structuur, lectuur, opvoeding of dergelijke is bepaald! Maar, zal Nagel zeggen, die denkwijze, waarmee men dus eigen subjectiviteiten kan ontdekken, kan niet op zichzelf óók weer gerelativeerd worden: "Insofar as it depends on taking the external view of oneself, the discrediting of universal claims of reason as merely subjective or relative has inescapable built-in limits, since that external view does not itself admit of a still more external view, and so on ad infinitum." De subjectivist zal uiteindelijk een grond onder zijn constructies moeten erkennen, in de vorm van "..a world in which, as a matter of objective fact, we and our subjective impressions are contained." (p. 19/20)
Ik denk dat vele relativisten Nagel gelijk moeten geven, omdat zij het psychologisch, cultureel, of hoe dan ook gerelativeerde denken, vergelijken met een hypothetisch objectief denken! Hun theorie vergt, zij het impliciet, een virtuele objectieve standaard waarop het subjectieve wordt geprojecteerd. Daarmee hangt samen dat zij eigenlijk Nagels ontologische uitgangspunt delen: er is 'ergens' een buiten de mens om bestaande werkelijkheid. Alleen is objectieve kennis omtrent die werkelijkheid voor deze relativisten niet en voor Nagel wel bereikbaar. Er is echter ook een relativisme dat dit uitgangspunt niet deelt en dat het begrip 'werkelijkheid' zelf als constructie van het menselijke denken beschouwt. Nagel is zich bewust dat in dàt geval zijn methodologisch argument niet van toepassing is. Hij geeft toe dat het subjectivisme zich niet rationeel zou behoeven te verdedigen en dus ook niet rationeel zou kunnen worden veroordeeld "..if a purely perspectival conception were an option - a conception in which the perspectives were not situated in any objective reality at all" (p.92). Hij neemt die mogelijkheid echter niet serieus: "But I believe it is not an option".
Juist op zo'n vorm van relativisme als Nagel hier aanduidt met "purely perspectival" (uitsluitend op een bepaalde gezichtshoek berustend), wil ik nu nader ingaan. Mijn visie gaat uit van de evolutieleer en tevens van de kenleer van Kant en vergt een discussie over die laatste die Nagel ook aangaat, maar waarvoor hier geen plaats is1 Ik kan dit radicalere en wat ik noem "ontologisch" relativisme echter als volgt samenvatten.
Een ontologisch relativisme
Mensen zijn, als alle levensvormen, afgestemd op een specifieke leefwijze in een bepaald milieu, wat resulteert in soort-specifieke interactiepatronen tussen organisme en milieu. Sommige van die interacties kunnen wij (antropocentrisch sprekend) aanduiden als "denken" en "doen" en als "kennen" en "kunnen" en bij de mens ontstaat daaruit het hele gebouw van cultuur en wereldbeschouwing, wetenschap, techniek en wat niet al, inclusief theorieën over wat "werkelijkheid" is! Binnen dat gebouw heersen uiteraard verschillen naar tijd en plaats, tussen volken, standen en culturen, waardoor de verschillen in kennis en inzichten ontstaan waarover het culturele of psychologische relativisme of subjectivisme spreekt. Een radicaler relativisme zal echter ook buiten dat gebouw kijken, naar de leef- en belevingswijzen van andere levensvormen, waar radicaal andere vormen van "kennen" en "kunnen" (bij wijze van spreken) heersen en dus andere "werkelijkheden". Van daaruit is de stap naar een ontologisch relativisme niet zo groot: ons idee van een aan alles ten grondslag liggende en aan alles voorafgaande objectieve werkelijkheid, is deel van de menselijke leef- en denkwijze, is gekoppeld aan het menselijke bestaan en geldt dan ook alleen voor mensen.
Maar, zal men zeggen, al het voorgaande, met het verhaal over evolutie, leefwijzen enzovoorts, dat handelt toch over een werkelijkheid? Dit zogenaamd ontologische relativisme heeft het toch over dingen die zijn, die werkelijk bestaan? Het antwoord op deze bedenking ontleen ik aan Kant: al wat wij weten en waarover wij spreken, zijn verschijnselen die ontstaan door onze wijzen van denken en waarnemen. Of zich achter die wereld van verschijnselen ("Phaenomena") nog een laatste èchte werkelijkheid verschuilt, een wereld van dingen zoals ze "op zichzelf" zijn ("Dinge an sich")? Wij mogen het aannemen, maar weten kunnen we het niet. Typerend voor het "Ding an sich" is juist dat het voor ons kennen ontoegankelijk is, wij kunnen er niets over zeggen, ook niet in termen van "zijn" of "niet zijn".
Terug naar de evolutieleer: de hele werkelijkheid zoals wij die kennen (de wereld der "verschijnselen"!), komt voort uit de menselijke wijze van interactie met het menselijke leefmilieu. Dat geldt dus ook voor de wetenschap, inclusief de evolutieleer, en voor de wijsbegeerte, inclusief de ontologie. Voor alle duidelijkheid: het geldt ook voor de voorgaande zinnen èn voor deze zin zelf! In dit ontologisch relativisme gaat het om de volgende gedachtencirkel. Het menselijke leven brengt met zich, dat mensen zich kennis verwerven die hen helpt dat leven vorm te geven, te begrijpen en in te richten. Die kennis toont hen een wereld waarin zij leven, leert hen hoe met de dingen in die wereld (de levensverschijnselen zelf inbegrepen!) om te gaan en die te benutten (en te misbruiken!) en vertelt hen ook, hoe hun leven een speciale variant is tussen een menigte van andere wezens die zich, ieder naar zijn aard, op aarde hebben ontwikkeld. En hoe hun eigen menselijke leven zich zodanig heeft ontwikkeld, dat mensen zich kennis verwerven die hen helpt ...enzovoorts.
Wat betekent dit? Eerstens dat al onze kennis is opgebouwd in het kader van en ten dienste van onze menselijke leefwijze en daarom binnen dat kader ook geldig is. Voor mensen, en dan ook alléén voor mensen, is het realisme een (maar niet de énige) goed verdedigbare leer. Maar die (en elke andere) leer omtrent mens, werkelijkheid en kennis (evenals omtrent elk ander onderwerp) bestààt ook alleen voor mensen en binnen hun leefwijze! Ontologisch relativisme verbindt alle kennis aan het bestaan van die levensvorm. Daarbuiten, dat wil zeggen als we de mens wegdenken, bestaan noch kennis noch de werkelijkheid waarop kennis zich betrekt. Ja, dan bestaan zelfs die andere levensvormen niet waarover wij spreken, om de simpele reden dat zonder mensen het begrip 'bestaan' ... niet bestaat!