Ik zie niet waarom iemand met het symbool van de sharia op het hoofd de Nederlandse wet zou willen uitvoeren. De hoofddoek betekent juist dat je de Nederlandse wetten verwerpt. De hoofddoek is het symbool van ongelijkheid en andere behandeling, en daarmee straal je uit dat je niet alle burgers op een gelijke manier wil beschermen. Hetzelfde geldt voor advocaten en rechters.
Een praktijkvoorbeeld dat onderschrijft dat de hoofddoek een waarschuwing is waarmee het gelijkheidsbeginsel wordt ondermijnd is de gehoofddoekte advocate Famile Arslan, die aangaf dat in geval van eremoord de islamtische (culturele) achtergrond van de daders in ogenschouw moet worden genomen. Dat houdt dus in dat moslimvrouwen die worden vermoord omdat ze westers willen leven niet hetzelfde recht op leven hebben als niet-islamitische vrouwen. Iemand die zoiets betoogt zou geen vertegenwoordiger mogen zijn van het Nederlandse of westerse recht.
De hoofddoek is een symbool van het islamtische recht, dat de vrijheid van vrouwen beperkt. Maar ook islamitische mannelijke rechtsvertegenwoordigers kunnen zaken bepleiten die tegen het Nederlandse recht ingaan. De advocaat van de moordenaar van de Turkse Kezban Vural legde zich toe op het vrijpleiten van eremoordenaars, of strafvermindering voor de moordenaars te krijgen omdat het eremoorden betreft. Zijn strategie houdt in dat er op de moordenaars zware sociale druk wordt uitgeoefend.
http://www.st-kezban.nl/pages/rechtszaak.htm
De in Capelle aan den IJssel gevestigde Turkse advocaat Urcun vindt het vanzelfsprekend dat hij de geschonden eer kan aanvoeren als een Turkse man zijn echtgenote vermoord. Ook een Nederlandse rechter houdt bij het bepalen van een strafmaat soms rekening met verzachtende omstandigheden.
Natuurlijk, maar dat zijn dan persoonlijke omstandigheden, het gaat dan niet om een complete godsdienstige cultureel stelsel waarin vrouwen structureel door geweld en sociale druk in een onvrije positie worden gehouden. En dat is precies waar het om gaat: door gebruik te maken van de Nederlandse wet, waarin gelijkberechtiging maar ook persoonlijke omstandigheden centraal staan, wordt de islamitische wet, die het principe van gelijkberechtiging met voeten treedt, in Nederland uitgevoerd. Dat gaat ten koste van ons rechtssysteem, én van het 'recht' op juridische gelijkheid van een deel van de bevolking van dit land.
Door om te gaan met andere mannen gedroeg Kezban zich onbetamelijk, pleitte de raadsman van C., mr. S. Urcun, twee weken geleden. Haar houding en beledigingen waren in de ogen van verdachte, een vrouw onwaardig en vulgair. Zijn schaamte maakte op het moment even voor de moord plaats voor onbeheersbare woede en zo kwam C. tot zijn daad.
Je moet er niet aan denken dat de rechter dezelfde ideeën waren toegedaan. Dat zou betekenen dat een vrouw die met 'andere mannen' omgaat de doodstraf verdient in ons land, die kan worden uitgevoerd op basis van het argument 'schaamte'.
De realiteit is overigens dat in Nederland al diverse moordenaars van vrouwen strafvermindering hebben gekregen omdat geëmancipeerde en seksueel zelfstandige vrouwen in hun land van herkomst zo'n groot schandaal zijn dat dit niet kan worden toegelaten, zelfs als dat tot moord moet leiden.
De werkelijkheid is dat het moet worden duidelijk gemaakt dat de islamitische cultuur in het westen geen plaats heeft, omdat het diametraal staat tegenover onze opvattingen over rechtspraak. De wetten zijn er om mensen te beschermen tegen onrecht, niet om mensen te onderdrukken binnen een systeem van ongelijkheid en onderwerping.
De Commissie Gelijke Behandeling wil graag een goed argument om de hoofddoek te verbieden. Als het om gelijke behandeling gaat, dan lijken de uitsraken van Arslan en Urcun mij goede redenen om dit soort mensen uit ons jurische systeem te weren. Even belangrijk is dat de hoofddoek het ongelijkheidsbeginsel symboliseert.
Ook is de hoofddoek een symbool van de seksuele beknotting van vrouwen. De hoofddoek wordt gedragen omdat het vrouwelijk lichaam onzedelijk wordt gevonden en tot 'hoerigheid' leidt. Ik zou me als verkrachte vrouw bijzonder ongelukkig voelen als mijn advocaat, de aanklager en de rechter een hoofddoek droegen. In de islam is de vrouw zelf verplicht haar lichaam tegen 'verboden seks' te beschermen. De ook in zekere Nederlandse kringen bestaande opvatting dat vrouwen hun verkrachting zelf hebben uitgelokt door na het donker alleen over straat te gaan, zijn in de islamitische wereld nog springlevend. En juist vrouwen die hun lichaam volledig bedekken, horen thuis in die traditie. Ik zou niet graag in een rechtszaal zitten waar de symbolen naar mij uitstraalden dat ik mijn verkrachting aan mezelf te wijten heb, omdat ik alleen over straat durfde te gaan of de verkeerde kleren droeg.
De hoofddoek symboliseert een ander rechtssysteem, waarin discriminatie en onderdrukking een rol spelen. Zo'n symbool kan in het Nederlandse recht geen plaats hebben. Uitspraken die er blijk van geven dat de wet niet voor iedereen wordt op een gelijke manier uitgevoerd moeten ertoe lijden dat er wordt uitgelegd waar het in ons rechtsstelsel om gaat, of tot een schorsing.
Arslan was overigens ook de advocate die islamitische meisjes die een opleiding volgden aan het Amsterdamse ROC aanmoedigde om een nikaab te willen dragen tijdens hun opleiding tot kleuterleidster.