Raúl schreef:Aron schreef:Raúl schreef:Lang verhaal, maar de links die jij legt zijn ongegrond. De Islamitische landen hebben aldoor oorlogen, de kruistochten tegen de Islam hebben twee eeuwen geduurd en de enige reden dat de islamitische wereld Europa niet aanval was omdat ze simpelweg niet sterk genoeg waren om zulks een inspanning te leveren. Vergeet niet Europa tijdens de kruistochten een ongeveer gelijke macht was en nadien tot een complete supermacht uitgroeide, wij voerden onderling overigens ook grote oorlogen en we hadden dikwijls sterke legers op de been, doch dikwijls hebben zij dat toch nog geprobeerd via bijvoorbeeld Spanje, Karel de Grote was zelfs maar nauwelijks in staat hun opmars daar te stoppen. Met moeite zijn ze vervolgens uit Europa verdreven. Kortom het is altijd al bonje geweest tussen onze culturen en de religies die hen al zo lang drijven. Om te beweren dat het terrorisme onze schuld zou zijn, is en blijft klinkklare onzin. Onze beide culturen zijn verre van volmaakt doch bevat de islamitische cultuur geen enkel element wat de onze zou verbeteren en lopen ze voor het overige deel enkel achter op ons. Wij moeten dus onze eigen cultuur optimaliseren en de ideeën van die achterlijke woestijn-ideologie gewoonweg uitsluiten, tenzij ze ook nog eens met iets goeds komen aanzetten. Voor nu mag wat mij betreft dat hele midden-oosten plat gebombardeerd worden.
Ja jij bent heel goed in Wilders napraten (achterlijke (7de eeuwse) woestijn-ideologie).
Verder ben ik het met je eens dat de Islam achterloopt op het westen (zij hebben immers geen verlichting gehad), maar betekend dat dat we ALLE moslims, PUUR omdat ze moslim zijn, moeten uitsluiten, ook al ze dus die achterstand in halen en onze denkbeelden aannemen?
Verder heb ik in mijn vorige post gezegd dat er idd in de middeleeuwen veel oorlogen zijn geweest, over en weer, maar ze hebben (vooral in het begin) een paar eeuwen, echt vredig naast elkaar geleefd en Joden en Christenen konden in het Arabische rijk in vrijheid leven (voor die tijd, wat dus inhoudt dat ze een paar discriminerende maatregelen moesten accepteren, maar hun godsdienst konden blijven beleven, in vrijheid over straat konden, konden opklimmen naar boven en ook op pelgrimstocht konden gaan).
Echter dit is geen terrorisme, ik betoog dat wij een groot aandeel spelen in het ontstaan en het voeden van het moderne terrorisme, met speciale dank aan Europa voor het ontstaan en speciale dank aan Amerika voor het voeden van het 'moderne terrorisme'.
Verder betoog jij dat in de middeleeuwen de Christelijke en Islamitische wereld gelijk, qua sterkte, aan elkaar waren. Dit is echter verkeerd, omdat de Islamitische wereld, in die tijd, veel sterker was dan ons. Wat uiteindelijk heeft geresulteerd in de verovering van het Byzantijnse Rijk (Oost-Romeinse Rijk) door het Osmaanse rijk in 1453. Pas in de 18e/19e eeuw heeft West-Europa het Osmaanse rijk in alle opzichten voorbijgestreefd, dus die stelling dat we eerst gelijk waren en toen wij sterker is onzin.
Als je je iets beter had verdiept wist je dat "woestijn-ideologie" origineel een uitspraak van Pim Fortuyn was, die Wilders, samen met zo'n beetje het hele fortuynse gedachtegoed, schaamteloos gekopieerd heeft.
Ook zie ik geen argument voor waarom Europa dan de aanstichter zou zijn van het "modern-terrorisme".
En wat betreft die sterkte van legers; ga je geschiedenis nu maar eens leren, voor zover als ik weet waren die islamitische staten lang zo sterk niet.
Wilders is alleen wat extremer. Pim Fortuyn richtte zich op de normen en waarden van de Islam, die niet overeenkomen met de westerse waarden en normen, en daarop mag je van mij best discrimineren, want dan discrimineer je iemand omdat hij/zij discrimineert, wat niet hoeft te betekenen dat alle moslims die 'Islamitische' waarden en normen aanhangen, en daar ligt het onderscheid. Wilders en jij bestempelen de Islam sowieso als fout en moslims zouden per definitie zo fundamentalistisch zijn dat ze niet te verenigen zijn met de waarden en normen van het westen. Dat is discriminatie, je moet het per geval bekijken. Er zijn inderdaad moslims die erg fundamentalistisch zijn, maar die zijn er ook in het Christendom en in het Jodendom. Reden om bijvoorbeeld alle Christenen en Joden in Nederland te bestempelen als anti-westers en discriminerend?
Verder weet ik niet wat voor pro-Christendom onderwijs jij hebt gehad, maar bij mij in de geschiedenisboeken staat toch echt dat in de middeleeuwen de Islamitische wereld op gebied van het leger, de wetenschap etc. etc. veel verder waren dan Europa.
En hier een stukje waarom fundamentalisme een reactie is op ons, de moderne maatschappij (ook gepost in dat anti-theïsme topic):
Op elk moment vroeg ik me af wat ik kon zijn in de ogen van God. Nu wist ik het antwoord. God ziet me niet. God hoort me niet. God kende me niet. Zie je die leegte op onze gezichten? Dat is God. Zie je die kier in de deur? Dat is God. Zie je dat gat in de grond? Dat is weer God. De stilte, dat is God. God is de eenzaamheid van de mensen.
Deze passage in een toneelsstuk van Sartre duikt nog al eens op in het hedendaagse vertoog over de opkomst van de fundamentalische terreur. Wat is de oorzaak van de huidige Jihad van het moslimextremisme? Je kunt die vraag vanuit verschillende perspectieven benaderen, zoals de politieke theorie (1), de godsdienstwetenschap (2) en het wetenschappelijk onderzoek naar het fenomeen terreur (3).
Benjamin R. Barber kiest de benadering vanuit de politieke theorie (1). Hij heeft de botsing tussen Jihad en McWorld aangeduid als een strijd tussen twee tegengestelde en ook verbonden ontwikkelingen. McWorld is in wezen on- democratisch, Jihad is anti-democratisch. De mondiale vrije markt, die door het voortwoekerende proces van globalisering wordt bewerkstelligd, genereert niet automatisch democratie zoals president Bush keer op keer beweert. Chili, Panama, Singapore en China bewijzen dat vrije markten prima kunnen functioneren zonder democratische instellingen en instituties. Het begrip Jihad wordt door Barber niet in de eigenlijke Arabische betekenis opgevat, maar retorisch als een tegenbeweging van de moderniteit in haar meest extreme vorm: orthodox en hypernationalistisch.
De Jihad verdedigt een gesloten samenleving van etnische en tribale structuren. De Jihad is gegrond in een idee van exclusiviteit: etnische zuiveringen en het virtueel laten verdwijnen van vrouwen zijn de spectaculaire illustraties daarvan. De paradox van 9/11, zo stelt Barber, is dat deze schokkende terreurdaad de globalisering niet heeft vertraagd, maar juist heeft bevorderd. Er is geen sprake van een botsing van beschavingen, zoals Huntington heeft beweerd. Er is geen exclusief conflict tussen enerzijds Jihad en anderzijds McWorld. Dit conflict manifesteert zich overal, ook binnen het westen zelf. Het is het conflict tussen twee vragen die overal opduiken: wie waren we en wat worden we. Met andere woorden, de wereld gaat te snel. We weten niet meer wie of waar we zijn? Het proces van globalisering beleeft een exponentiële versnelling en het agressieve karakter van McWorld is een provocatie geworden die deze existentiële vraag tot een knellend probleem heeft gemaakt.
Deze analyse sluit nauw aan bij de gedachten die de godsdiensthistorica Karen Armstrong heeft ontwikkeld over het fenomeen fundamentalisme (2). Het westen was zich lange tijd niet bewust van de woede die zij oproept. Fundamentalisme, zo stelt zij, is een vaak verkeerd begrepen fenomeen. Het dient zich aan als interne strijd binnen religie. Het komt voort uit angst voor modernisering, angst om weggevaagd te worden door de moderniteit, dat wil zeggen: door fenomenen als wetenschap, secularisering en liberalisering. Extreem conservatisme is in aanleg altijd een kiem voor een radicaal tegenoffensief. Fundamentalisme wordt niet gekenmerkt door irrationaliteit, maar door een surplus aan rationaliteit. Teveel ‘logos’ is telkens weer de reactie op het verdwijnen van de ‘mythos’.
De reactie op de ontluisterende gevolgen van de wetenschap op de religie brengt telkens weer gebrekkige godsdienstwetenschap voort en daarmee een verdere verarming van de waarden van symbool en mythe. Fundamentalisme is dus in wezen een tweeslachtig fenomeen: het verzet zich radicaal tegen de modernisering, maar neemt tegelijk de middelen van de vijand over. Fundamentalisme gaat telkens weer een symbiotische relatie aan met agressieve secularisering en liberalisering. Een belangrijk symptoom is het extreem formaliseren, wat zich bijvoorbeeld uit in het letterlijk lezen van heilige boeken als Bijbel, Koran en Thora. Deze extreme formalisering is in wezen, hoe vreemd het ook klinkt, modern, zelfs positivistisch, omdat het zelf ook duidt op een verlies van ontvankelijkheid voor de waarden van symbool en mythe. Haar boek over het fundamentalisme, ‘De stijd om God’, voltooide Armstrong kort voor de aanslagen van 9/11. In haar inleiding ging zij daar nog eens expliciet op in, waarbij zij haar betoog als volgt op scherp zette:
Misschien hadden de kapers van 11 september een punt bereikt waarop ook zij een vorm van islamitisch antinomisch postfundamentalisme begonnen te ontwikkelen en het gevoel hadden dat niets nog heilig was. Als ja dat punt eenmaal hebt bereikt, kan het wreedste en meest kwaadaardige gedrag worden gezien als een positief goed. In elk geval maakt de afschuwelijke septemberaanval duidelijk dat als mensen religie eenmaal beginnen te gebruiken ter rechtvaardiging van haat en het moorden en zo de meedogende ethiek van de belangrijke wereldreligies loslaten, zij een koers zijn ingeslagen die staat voor een nederlaag van het geloof.
Die agressieve vroomheid kan enkele van haar extreme voorstanders in een morele duisternis werpen die een gevaar vormt voor ons allen. Als fundamentalisten binnen deze drie godsdiensten radicalere en meer nihilistische geloofsovertuigingen beginnen aan te hangen, dan is dat een waarlijk gevaarlijke ontwikkeling. Des te belangrijker echter is dat wij leren te begrijpen wat er schuil gaat achter deze diepe wanhoop en dat wij begrijpen wat fundamentalisten noopt te handelen zoals zij doen.
De vraag die uit dit alles naar voren komt is de volgende. Is het waar dat de botsing van de fundamentalistische islam en het kapitalistische systeem van de westerse samenleving een achterhoedegevecht is, of hier sprake van een probleem dat dieper grijpt? Een probleem dat iets van doen heeft met de onttovering van de wereld, het razendsnel verdwijnen van een spirituele ozonlaag die voor ons bestaan op deze planeet nog bedreigender is dan het wegkwijnen van de echte ozonlaag. Sloterdijk heeft er terecht op gewezen dat het nu niet meer om gaat om de vraag wie we zijn, maar waar we zijn. Wat is het lot van de moderne mens, dat – of hij nu wil of niet – zich moet schikken in een onttoverde, kale wereld, die van zijn beschermende atmosfeer (de spiritualiteit van de religie) is ontdaan. Is het binnen dit weerbarstige, wetenschappelijke wereldbeeld nog mogelijk om een mondiale levenssfeer te creëren, dat wil zeggen: een nieuw mondiaal klimaat, waarin botsende wereldbeelden niet langer tot oorlog en verderf leiden.
Die vraag is nauw verbonden met het probleem van een leemte, een gemis, kortom, de lege plaats van God. Frans Kellendonk schreef: ‘Ik heb in het hart van de schepping een leemte ontdekt, waar God als hij bestaat mooi in zou passen, maar helaas is het niet zo dat het geloof begint waar het verstand ophoudt’ . Die leemte was geen persoonlijke ontdekking van Kellendonk zelf. Het is – sinds Nietzsche – het basis-thema in de filosofie van de twintigste eeuw. Na de Tweede Werldoorlog nam het besef van die leemte een nieuwe vorm aan in de ervaring van het absurde, de contingentie. Zonder God draait de wereld niet alleen op goed geluk, maar is ook de moraal op losse schroeven komen te staan. ‘Niets is waar, alles is geoorloofd!’, had Nietzsche al ontdekt.
Politiek activisme in dienst van een maatschappelijke utopie en de bevrijding van ‘de verworpenen der aarde’, bood uiteindelijk geen uitweg voor deze in wezen existentiële problematiek, omdat het aanwenden van revolutionair geweld door dit politieke ideaal werd gerechtvaardigd. Door de radicale idealen van links is de leemte in het hart van de wereld alleen nog maar meer aan het licht gekomen. Het communisme van het Oostblok is niet alleen gevallen door een verloren wapenwedloop of door een opkomende middenklasse in Rusland, niet alleen door de ontluikende globalisering of het demagogisch populisme van Reagan, maar ook – en zeker niet in de laatste plaats – door de radicale verwerping van de eigen religieuze traditie, door de totalitaire ontkenning ook van de lege plaats van God.
Het huidige terrorisme is geen product van botsende beschavingen, maar vooral een gevolg van een dreigende ondergang van de religie, een proces dat zich door het razendsnelle proces van de globalisering dreigt te voltrekken. Volgens Jessica Stern, een van ‘s werelds belangrijkste onderzoekers van het fenomeen terrorisme (3), ligt het in de menselijke natuur besloten om te verlangen naar transcendentie – het soort piekervaring die velen van ons maar zelden meemaken door contemplatie van schoonheid, door liefde of door gebed. Hoe vreemd het ook mag klinken, zo’n gevoel van transcendentie is voor terroristen een van de vele aantrekkelijke kanten van religieus geweld en gaat verder dan de aantrekkingskracht van het bereiken van hun doel. Algemeen gesteld, terroristen streven niet alleen het bereiken van hun doel na; het gaat hun ook om het streven op zich.
Dit verlangen is de keerzijde van het dreigend gevoel weggevaagd te worden. Jessica Stern formuleert het als volgt: “ Het terrorisme waar we nu mee geconfronteerd worden, is niet alleen een reactie op politieke wrok, zoals dat in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gebruikelijk was. Het is een reactie op het ‘Godvormig gat’ in de moderne cultuur, waarover Sartre heeft geschreven. Het is een reactie op waarden als tolerantie en gelijke rechten voor vrouwen die uitermate frustrerend zijn voor wie zich in de steek gelaten voelt door de moderniteit.” Karin Amstrong komt in haar studie over het fundamentalisme tot een vergelijkbare conclusie waarbij ook zij verwijst naar de beroemde passage over het Godvormig gat in het toneelstuk ‘Le diable et le bon Dieu’ van Sartre:
“Sartre, die het bestaan erkende van een gat met een vorm van God in het moderne bewustzijn, stelde dat het desondanks onze plicht was goddelijkheid, die onze vrijheid loochende, te verwerpen.(..) Zonder de restrictie van een hogere mythische waarheid kan de rede bij gelegenheid demonisch worden en tot misdaden komen die even ernstig zijn, zo niet ernstiger, als iedere willekeurige gruweldaad die fundamentalisten plegen.”