Vanzelfsprekend is dat in een democratisch samenwonen heeft iedereen het recht te geloven in de ene of andere religie. Maar wat gebeurt er als de religieuze gewoonten in tegenstand komen met andere rechten?
Om mijn vraag minder vaag te maken wil ik het volgende voorbeeld geven. Het gewoonte van besnijdenis in het jodendom. Eerst een korte beschrijving van hoe (min of meer) wordt het gedaan. Een mannelijk baby van 8 dagen krijgt een besnijdenis waarin een rabbijn de voorhuid van het baby afsnijdt. Dat gebeurt zonder verdoofmiddelen in een kamer vol met mensen die aan het eten zijn om de gebeurtenis te vieren (dus niet bepaald en steriele omgeving).
Duidelijk kan het baby niet gevraagd worden of hij deze procedure wilt of niet. De pijn die daardoor veroorzaakt is ongetwijfeld ondraagbaar en er is geen medische noodzaak om de procedure als een gewoonte te doen, behalve natuurlijk het geloof van de mensen die dat wel doen.
Er is dus een tegenstand tussen het recht van de ouders om volgens hun geloof hun kind te laten besnijden en het recht van het baby om beschermen tegen pijnlijke onnoodzakelijke medische chirurgie te ondergaan. En mijn vraag is dus wat moet een democratische gemeenschap doen? Kan er gezegd worden dat besnijdenis (joodse of andere versies) niet meer toegestaan moet worden? Zo ja, is dat effectief?
IW
