Wellicht dat jij anno 2009 vanuit hogere sferen ons gedoe hier op deze aardkloot kunt gadeslaan. Je zult dan waarschijnlijk zelf verbaasd zijn over de enorme vlucht die jouw idee heeft genomen. In de verkiezing tot man van het millennium heb je het weliswaar moeten afleggen tegen Shakespeare, maar in de wetenschap ben jij de man. Natuurlijk in de biologie, maar inmiddels ook in de sociologie, psychologie, economie, antropologie, literatuurwetenschap, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Wat vind je daar van? Zelf kan ik die zeer brede toepassing niet op al zijn merites beoordelen - voor mij als buitenstaander klinkt sociobiologie al snel als een praatje voor een gaatje - maar in de moleculaire biologie, dat het dichtst bij mijn vakgebied ligt, is jouw theorie fraai bevestigd.
Het afgelopen decennium is het genoom, de informatiecode in het DNA, van vele organismen ontrafeld. Je had in jouw tijd niet kunnen bevroeden hoe onvoorstelbaar complex en fascinerend zelfs de meest bescheiden bacteriecel in elkaar steekt. Vele duizenden eiwitten die hun functie uitvoeren in een netwerk van samenhangende processen. Een nanowereld die nog complexer is dan de macrowereld die jij bestudeerde. En dat laat nieuw licht schijnen op jouw theorie.
In jouw tijd wist je bijvoorbeeld nog niet goed te duiden waar de variatie binnen een soort vandaag kwam. Nu weten we dat veel daarvan te herleiden is tot de code van het DNA die van generatie naar generatie wordt overgegeven. Wat je interessant zult vinden is dat we zelfs fossielen kunnen vinden in die code.
Pseudogenen bijvoorbeeld, genen die vroeger een rol hadden voor onze voorouders maar die inmiddels beschadigd zijn geraakt en in ons DNA niet meer functioneren. Of restanten van virussen, die zich in een ver voorgeslacht in ons genoom hebben genesteld. Dit soort gegevens hebben je theorie op een nieuwe manier bevestigd en hebben ons geholpen nieuwe verbanden in de biologie te zien.
Jouw bijdrage aan de biologie is enorm geweest. En dat wordt dezer dagen terecht uitbundig gevierd. Maar waar ik je eigenlijk over wil schrijven is een onderwerp dat mij na aan het hart ligt en dat ook jou sterk heeft beziggehouden: God.
Van horen zeggen heb ik begrepen dat je veel over God hebt nagedacht maar dat je het zicht op Hem hebt verloren in de loop van je leven hier op aarde. Wat tragisch dat het lijden in de wereld, de 19de-eeuwse theologieën over de hel, en misschien ook de wetmatigheid in de natuur jou belemmerden om voluit te leven met je God. Er lijkt een tegenstelling te zijn tussen je briljante inzicht in de natuur en je moeizame worsteling met de Schepper. Ik heb je houding van respect in je correspondentie met je christelijke collega Asa Gray in Harvard overigens altijd zeer gewaardeerd.
Jouw naam valt nog steeds vaak als het over de Godsvraag gaat. Vandaag de dag geldt jouw evolutietheorie als misschien wel het sterkste argument om niet in God te geloven. Ik weet het, dat is niet iets wat jijzelf ooit zo hebt willen stellen. Maar in de 20ste eeuw klonk dit geluid desalniettemin vaak en luid.
Van Richard Dawkins tot de man in de straat hebben mensen in de afgelopen eeuw - mede ingegeven door jouw tijdgenoten John William Draper en Andrew Dickson White - een naïef beeld gekend van het zogenaamde ‘conflict tussen geloof en wetenschap'. Absoluut een te simpel beeld natuurlijk, professioneel ook volstrekt niet houdbaar, maar het leeft nog steeds. Galileo en jij figureren daarbij meestal als de belangrijkste getuigen a charge.
Men denkt dat jij met jouw theorie hebt laten zien dat Godsgeloof heeft afgedaan, dat het intellectueel niet meer te verantwoorden valt. Wat een tragisch misverstand! Jij hebt laten zien dat onze Schepper niet heeft geschapen via het plotseling creëren van alle aparte soorten maar via een lang proces van soort na soort. Je slotwoord in je beroemde boek spreekt van de grootsheid die er ligt in deze kijk op het leven, volgens welke alle krachten oorspronkelijk door de Schepper in de levensvormen zijn ingeblazen. Hierover zou ik best nog eens met je willen doorspreken. Wat bedoelde je hier precies mee?
Het geloof in God is anno 2009 vitaler dan ooit. Daar is alle reden toe. Jij ontdekte een nieuwe natuurwet. Louter en alleen al het bestaan van zulke natuurwetten wijst op een Wetgever. Maar er zijn zoveel meer wegwijzers: het bestaan van religieuze ervaringen, het beginmoment van de kosmos (maar eerlijk is eerlijk, dat werd pas na jouw tijd ontdekt), het universele morele besef van de mens, het historisch bewijs voor de opstanding van Christus, de vele anthropische coïncidenties die de wetenschap heeft ontdekt (die veelheid van parameters die precies afgesteld blijken te zijn om het leven mogelijk te maken), en zo voorts. Alle reden om een rationele verdediging van Godsgeloof te kunnen voeren.
Uiteindelijk is het echter maar de vraag of die ratio ons overtuigt. Onze diepste menselijke vragen zijn existentieel: Wie ben ik? Wat is de zin van dit al? Is er een Goddelijk plan of is dit alles een schitterend ongeluk? Wat gebeurt er als ik dood ga? Juist op dit existentiële niveau blijkt een leven met God een diep gevoel van bestemming en heelheid te geven. Ik ben zelf een zoekend wetenschapper die verrukt kan zijn van een ontdekking in mijn lab. En ik heb ervaren dat dat nog niets is bij de ontdekking van het leven met God die zich laat kennen in Jezus Christus.
Enfin, mijn papier is op, ik ga maar eens afronden. Ik hoop dat je mijn brief kunt waarderen. Ik ben benieuwd hoe het jou daarboven is verlopen. Hoe het voor je is, nu je je Schepper hebt ontmoet? Wie weet kunnen we er nog eens over doorpraten.
Hartelijke groet,
Cees Dekker Universiteitshoogleraar en hoogleraar moleculaire biofysica aan de TU Delft
Dit is de vijfde van een reeks brieven aan Charles Darwin van eigentijdse wetenschappers, schrijvers en andere Nederlanders. Wekelijks verschijnt de ingekorte versie van een Darwin-brief in het wetenschapskatern Kennis van de Volkskrant. De originelen verschijnen op deze site http://www.brievenaandarwin.volkskrantblog.nl/
Hoewel Cees Dekker ziet hoe de werking van de evolutie uit de natuur wordt verklaard, blijft hij er toch een schepper aan koppelen. En precies daar is hij geen 'wetenschapper' die begrijpt waar de 'wetenschappelijke methode' over gaat.
Hij komt met een aaneenschakeling van redeneerfouten, denkfouten, wetenschappelijke fouten die getuigen van een simpele struisvogelstrategie, omdat de meeste bewering allang eenvoudig zijn weerlegd.
