Dat wijst er op dat jij je idee onvoldoende hebt doordacht want als je dat wel had gedaan dan had je mij niet nodig gehad om je te wijzen op het deficiet dat bij de banken zou ontstaan door jouw maatregel, dan had je dat zelf gemerkt. Ik ga nu niet meehelpen om je idee op te lappen, dat is jouw huiswerk. Dus doe de moeite om je idee eens serieus te overdenken, voor je het hier weer ter sprake brengt. Zolang jij niet de moeite doet om serieus tijd in je idee te steken, zie ik geen reden waarom ik het zou doen.
Zullen de oefening nog eens proberen, al is het bijna ongeloofwaardig dat we het nog moeten toelichten, nog eenvoudiger
Martine
10.000 spaargeld
Quinten
1.000 spaargeld
Bank
11.000 schuld aan Martine en Quinten
11.000 vordering op Piet
Piet
11.000 lening
Referentieloon
1.000
Referentieproduct
100
Koopkracht
10
Bij een deling van lonen en prijzen met de factor 10 (als optie), dan verandert er absoluut niets aan de koopkracht. Op dat moment in de tijd wordt het spaargeld in verhouding tot het referentieproduct relatief gezien vertienvoudigd. Globaal is er 11.000 spaargeld, hierin is de relatieve kapitaalsinjectie te vinden. Aangezien de delingsfactor variabel is en de oefening herhaalbaar is, kan er theoretisch en objectief rekenkundig bewezen van een geldgebrek geen sprake zijn. Dit ontkennen zou betekenen dat rekenkunde geen rekenkunde meer is, en dan is elke dialoog zinloos.
Nu, je stelt dat de banken bankroet zouden gaan en hun schulden niet meer kunnen afbetalen. Je stelling zou correct kunnen zijn wanneer er een misinterpretatie of onvolledigheid in het verhaal wordt gelegd. In voorkomend geval, en naargelang de situatie die eveneens variabel is afhankelijk van waar het spaargeld zich fysiek bevindt EN wat de bezitter ervan op dat moment beslist.
Bank
a) de vordering EN de schuld worden NIET gedecimeerd
b) de vordering EN de schuld worden gedecimeerd
c) vordering gedecimeerd EN schuld niet
d) vordering niet gedecimeerd EN schuld wel
Piet
a) lost 11.000 af aan de bank, situatie blijft ongewijzigd door de deling van de prijzen
b) lost 1.100 af aan de bank, is op dat moment relatief rijker geworden
Martine
a) ontvangt 10.000 van de bank, zij is dan relatief rijker geworden
b) ontvangt 1.000 van de bank, is niet armer geworden door de deling van de prijzen
Quinten
a) ontvangt 1.000 van de bank, hij is dan relatief rijker geworden
b) ontvangt 100 van de bank, is niet armer geworden door de deling van de prijzen
Anders gesteld, pas wanneer je situatie A en B gaat mengen met elkaar, dan kan er een deficiet bij de bank ontstaan, niet wanneer je ofwel A volgt, ofwel B. In deze gevallen is er enkel de relatieve kapitaalsinjectie die van eigenaar varieert, de anderen zijn er echter niet armer van geworden omwille van de deling van de prijzen en lonen. In totaliteit is er dus enkel relatief gezien geld bijgekomen, het spontane resultaat door een gelijkwaardige en mondiale deling van prijzen/lonen. En hoe dit kapitaal aangewend wordt is sterk afhankelijk van ons inzicht in economie, in het beste geval ten goede van alle participanten zoals een waarachtige economie deze doelstelling herbergt.
Samenvattend en als antwoord op je vreemde angst dat de bank failliet zou gaan.
Geen deficiet bij de bank
B(a) + P(a) + M(a) + Q (a)
B(b) + P(b) + M(b) + Q(b)
Wel deficiet bij de bank
B(c) + P(b) + M(a) + Q(a)
Relatieve kapitaalsinjectie voor de bank
B(d) + P(a) + M(b) + Q(b)
Je angst dat de bank bankroet zou gaan, keert zich nu zelfs in omgekeerde zin waardoor we zelfs de kapitaalsinjectie aan de bank toevertrouwen, en dat kan enkel wanneer we situatie A en B door elkaar halen (ic B(c) of B(d)). Net daarom dat ik stel dat de maatregel pas succes kan kennen afhankelijk van de actie of afspraak die we gezamenlijk maken. Maar hoe dan ook, de spontane kapitaalsinjectie is een gegeven dat niet ontkend kan worden. Nog anders, als monetaire winst de drijfveer is, dan kan de bank zelf haar slag thuishalen door tegen de ontlener t e zeggen dat hij 11.000 moet teruggeven maar aan de andere kant de schuldeiser maar 1/10 terug te geven. De schuldeisers zelf zijn er echter niet armer door geworden aangezien de prijzen/lonen mondiaal gedeeld werden.
De stelling dat er bvb een tekort zou zijn om pensioenen te betalen is dus een rekenkundige en economisch onwaarheid. En als je het nu nog niet begrijpt, dan rest er mij enkel diepe droefheid. Huiswerkje ?
