SUIDAE, HET VARKEN
TER VERDEDIGING VAN HET VARKEN
1 maart 2011, bericht in de pers: de katholieke universiteit Leuven zal voortaan halal maaltijden aanbieden.
Voordien een rel in Frankrijk: de fastfoodketen Quick zal voortaan alleen halal maaltijden verkopen.
Parlement Nederland: in de gevangenissen wordt voortaan alleen halal aangeboden.
Tijd voor een beetje geschiedenis.
Alle religies hebben goden die van een dieet houden. Of beter een dieet dat ze aan hun volgelingen opleggen, voor zichzelf zijn er geen voorschriften van toepassing. We kennen de heilige koe, aap, rat, … uit India. In China is het varken een teken van welstand, in de horoscopen is er zelfs een volledig ‘jaar van het varken’. Maar meer en meer worden we geconfronteerd met een jihad tegen het varken. Op het eerste zicht is het varken het dier dat het bij de monotheïstische God van het Boek zwaar verkorven heeft. In werkelijkheid heeft God nogal wat culinaire voorschriften. Lees er Leviticus 11,7 maar op na, bladzijden lange lijsten van ‘gij zult niet eten …’. Ook de koran herhaalt wat hij van de joden heeft geleerd: God houdt niet van varkens. Liefst 4 keer staat letterlijk dezelfde tekst in de koran (soera 2,173;5,3;6,145;16,115). Daarenboven wijst soera 5,60 er ons op dat Allah Joden en ongelovigen in varkens en apen heeft veranderd. Een gegeven dat, gelet op de verhitte discussies op de internetfora, door massa’s islamieten letterlijk wordt genomen. Niet alleen moogt gij van de islamieten geen varkens eten, ge moogt er ook niet naar kijken. Enkele incidenten tonen aan dat islamieten van het varken een strijdpunt hebben gemaakt.
Enkele oorlogshandelingen
• Engeland. De fabrikant van een speelgoedboerderij laat de varkentjes uit de doos verwijderen om islamieten niet te kwetsen. Hij vergeet evenwel het knor geluid uit te schakelen.
• Engeland. Een arboretum in Midden Engeland verwijdert een beeld van een wild varken omdat het voortdurend door islamieten beschadigd wordt.
• Nederland. Leerdam, Lingepolikliniek. Een moslim eist dat een schilderij waarop een varken is te zien verwijderd wordt. De directie gaat akkoord.
• Nederland. Venray, een PVDA raadslid Hayrettin Ünüvar wil het beeld van een varken dat op een rotonde staat laten verwijderen omdat het aanstootgevend is voor moslims. Hij wordt niet gesteund door de overige leden van zijn fractie.
• Frankrijk. In meerdere steden geeft de fastfoodketen Quick enkel nog halal voedsel.
• Nederlands leger wil enkel nog halalmaaltijden aanbieden. Tevens zal in de gevangenissen enkel nog halal verstrekt worden.
• In de moslimlanden is George Orwells boek ‘Dierenboerderij’ verboden. Varkens aan de macht gaat uiteraard veel te ver. Dat het dictatoriaal gedrag van Orwells varkens heel goed te vergelijken is met het gedrag van heel wat moslimleiders doet natuurlijk niet ter zake.
* "Animal" voegt er aan toe: in de meeste islamlanden zijn zelfs alle tekenfilms van Winnie de Poeh verboden omdat er een varkentje in voorkomt.
Zelfs de tegenbeweging, zoals ‘counter jihad’ in Frankrijk, gebruikt het varken. Bouwgronden waar moskeeën moeten komen worden systematisch ontwijd door er met varkens te gaan wandelen. Er circuleert een petitie om het varken op te nemen in het Franse wapenschild. De Israëlische minister Gideon Esra stelde voor dode terroristen te begraven in varkenshuiden en te besprenkelen met varkensbloed. In enkele nederzettingen zou het besprenkelen met varkensbloed effectief gebeurd zijn. Ik veronderstel dat de daders seculiere joden zijn, want de joodse godsdienst is even varken onvriendelijk.
Menselijk, al te menselijk
De houding van de mens tegenover het varken is altijd heel dubbelzinnig geweest. Het varken zelf heeft ook een dubbel karakter. De varkens in onze fabrieksboerderijen gedragen zich heel agressief: eten hun kinderen op, vallen elkaar aan, vallen zelfs mensen aan, vreten zichzelf op. Geef ze de ruimte en ze worden plots sociaal, delen met elkaar, vormen vriendschappen. Kleine biggetjes vinden we zelfs lief. De verhouding vleesmassa-hersenmassa is bij de varkens ongeveer gelijk aan die van die andere mensenvriend, de dolfijn. Maar miss Piggy heeft gespleten hoeven, net zoals de duivel. Een constructiefout in de fabriek van God? Want als De Almachtige niet wil dat we met het varken in aanraking komen, waarom heeft hij het dan geschapen? Bestond het varken al in het aards paradijs, om Adam en Eva te verleiden met zijn koteletten? Met duivelse gespleten hoeven dan nog wel. Daarbij heeft hij het varken zo in elkaar geknutseld dat veel DNA dicht bij het menselijk DNA komt. Erger nog (of juist beter): veel onderdelen zijn onderling uitwisselbaar. Onze ex-premier Wilfried Martens loopt al decennia rond met hartkleppen afkomstig van een varken. Varkens zijn bijna menselijk, al te menselijk. Onze middeleeuwse voorouders catalogeerden het varken ook op juridisch vlak dicht bij de mensen. Er zijn talrijke voorbeelden van echte processen waar varkens wegens verwondingen en zelfs moord – vooral op kleine kinderen – tot de galg, het rad of de brandstapel werden veroordeeld. In Falaise (Frankrijk) werd het veroordeelde varken zelfs eerst in mensenkleren gestoken … Slachters die in slachthuizen aan de lopende band levende varkens aan de haak slaan om ze de keel over te snijden, kunnen na een tijd het gegil niet meer aan. Het geluid is te menselijk. Brandweermannen die ooit volledig verbrande mensen gevonden hebben, houden plots niet meer van een gezellige barbecue met varkenskoteletjes. De geur en kleur van de hapjes doen hen te veel denken aan mensenvlees. We kunnen er niet omheen: het varken staat ons nader dan we zelf willen.
Vanwaar die dubbele houding?
Alles is terug te brengen tot religieuze richtlijnen. Dan hebben we het niet over de Koran (die zelf zijn mosterd bij de Joodse buur ging halen). We moeten dus kijken waar de Joden die godsdienstige dogma’s vandaan haalde. Zij woonden in Kanaän en werden daar omgeven door stammen die, volgens opgravingen, minstens gedurende een periode varkensvlees hebben gegeten. Die volkeren zijn niet gestorven aan een bacterie die inherent aan het varken is, waaruit de Joden de les trokken dat het varken te mijden was. Seculiere auteurs durven graag deze stelling naar voor brengen. Diezelfde opgravingen tonen echter het overduidelijke aan: niet een bacterie maar uitroeiingsoorlogen door de Joodse veroveraars maakten een einde aan hun bestaan. Inderdaad is het niet evident om een varken te laten meelopen in een karavaan dwars door onvruchtbaar gebied. Maar als het varken zo interessant is, waarom hebben ze dan geen oplossing bedacht? Waarom geen wagens met kooien? Het varken is in het armtierige woestijnklimaat een efficiënte vleesleverancier. Liefst 35% van het door het varken gebruikte voedsel zet het om in vlees. Ter vergelijking : bij runderen is dit slechts 6.5%. Daarenboven heeft het vrije varken een snelle, vlotte en rendabele voortplanting. We moeten dus nog verder in het verleden duiken om de houding ten opzichte van het varken te verklaren.
Onze voorouders
Bij onze eerste landbouwende voorouders was er vrees en ontzag voor het wilde zwijn en zijn wroetende vernielzucht. Het varken, zelfs het gedomesticeerde, eet - in tegenstelling tot geiten, schapen of runderen – dezelfde plantensoorten als de mens en is dus een voedselconcurrent. Dit negatief punt in de relatie wordt versterkt door het gegeven dat varkens vlees eten: lijken, maar ook hun eigen jongen en dode mensen. De mens, die nog maar pas het kannibalisme achter zich heeft gelaten, wordt hier een spiegel voor gehouden. De Polynesische kannibalen noemden mensenvlees “lang varken” wegens de overeenkomsten. Het ontbreken van een pels bij het roze varken maakt de identificatie nog vollediger. Het sociaal gedrag en de intelligentie doen de rest. In veel prehistorische culturen werd het varken heilig verklaard, tot godheid verheven of symbolisch in verband gebracht met de levenscyclus van de mens. Varkens werden dan ritueel geofferd onder andere tijdens de dodenfeesten. Nu nog gebeurt dit op Nieuw Guinea. Aan varkensbloed werden magische en zuiverende eigenschappen toegeschreven. Waar men eerst mensenoffers bracht, worden de giften aan die veeleisende god later slaven en krijgsgevangenen. Maar dat is niet efficiënt (voor zover offers aan god efficiënt kunnen zijn). Slaven en krijgsgevangenen kunnen beter in de productie ingezet worden. Bij ons offerden de Kelten en Germanen met midwinter varkenskoppen en hammen. Dergelijk feest eindigde met een groepsmaaltijd en het verdelen van stukken varkensvlees. Zie maar naar de Asterix stripverhalen.
Antonius met het varkentje
Net als in zoveel andere domeinen zal het christendom de heidense gebruiken, heilige plaatsen, offeranden ‘kerstenen’: het gebruik blijft bestaan maar er komt een christelijke laag verf over, legendes worden mirakelverhalen met heiligen in de hoofdrol enzovoort. St Antonius is een Egyptische woestijnheilige die leefde van 251 tot 356. Een zeker voor die tijd meer dan respectabele leeftijd van 105 jaar. Zeker als men weet dat hij het grootste deel van zijn leven zou doorgebracht hebben al vastend in de woestijn en ondertussen vechtend met draken en demonen. Zijn feestdag is 17 januari, een dag opmerkelijk dicht bij het midwinterfeest. St Antonius wordt dikwijls afgebeeld met een varkentje. Volgens de Antonieten, een succesrijke orde die ontstond rond die heilige Antonius is het dier het symbool voor het zondige en de verleiding waaraan Antonius in de woestijn moest weerstaan. Het zou ook kunnen verwijzen naar het varkensvet dat gebruikt werd in een zalf die de Antonieten maakten om het Antoniusvuur of kriebelziekte te behandelen. Deze ‘genezende’ zalf werd door de Antonieten gemaakt op basis van varkensvet en wijn die over zogenaamde relieken van st Antonius werd gegoten. Dat Antonius in de woestijn leefde en zijn graf nooit werd gevonden was voor allerlei slinkse verkopers en geestelijken geen probleem om oneindig veel relieken van Antonius te verkopen. Toen er twijfel begon te rijzen over hun aanbod vonden de Antonieten er niet beter op dan met veel misbaar plots het graf te ontdekken, meer dan duizend jaar na het spoorloos verdwijnen van de kluizenaar … Zoals gezegd had Antonius glansrijk gevochten met draken en demonen die hem door de duivel werden toegezonden. Het Antoniusvuur of de moederkorenbrand veroorzaakte, naast een rode uitslag en ernstige jeuk, hallucinaties waarbij de zieke allerlei gevaarlijke dieren voor zijn ogen zag verschijnen. Voor de middeleeuwers was gangreen echter het voornaamste kenmerk. Zo werd in de loop der tijden elke vorm van gangreen antoniusvuur genoemd. Hetzelfde gebeurde met diverse huidaandoeningen die een branderig gevoel gaven, zoals gordelroos (zona) en zweren. In feite was het een vergiftiging die veroorzaakt werd door moederkoren, een schimmel die op tarwe groeit en LSD achtige eigenschappen heeft.
Hygiëne
Varkens liepen overdag los rond en behoorden niemand toe. In Europa bleef dat zo tot ver in de middeleeuwen. Varkens waren een soort gemeenschappelijke huisdieren, vetgemest door de straat en waarvan het vlees aan de armen werd uitgedeeld. Tussen de 12e eeuw en halverwege de 14e eeuw willen steeds meer steden de varkens buiten de stadsmuren, maar daardoor kwam een belangrijk deel van de armenzorg in het gedrang. De oplossing: het varken werd gekerstend. De kerk mocht een aantal gemerkte (bijvoorbeeld werd in Amsterdam het rechteroor afgesneden) varkens in de stad laten rondlopen. Te Asnieres liepen de varkens in de kerk rond. Elders liepen die varkens met een belletje rond de hals rond, wat nog te zien is op sommige afbeeldingen van st Antonius. Men noemde die de ‘theunisverkens’. Varkens werden door de eigenaars ook levend naar de kerk gebracht om er door de geestelijken te worden gezegend. Stelen en opeten van die teunisverkens werd gelijkgesteld met heiligschennis, wat een plotse dood kon veroorzaken. Het belang van die varkens wordt onder meer aangetoond door het feit dat meermaals het onwettig promoveren van gewone varkens tot antoniusvarkens door hen illegaal van een merkteken te voorzien, zelfs door de pausen werd veroordeeld. In de 18e eeuw ging de orde van de Antonieten ten onder aan innerlijke twisten, corruptie en geldzucht. Tegelijk verdween het varken uit het straatbeeld dat nog meer verstedelijkt was. Particulieren die slachtten brachten nu een plengoffer door een kop of ham ter veiling aan de kerk aan te bieden. Meestal nam mijnheer pastoor de honneurs waar en verdween het offer in zijn kelder. Het gebruik de pastoor uit te nodigen om na de slacht mee aan de dis te zitten, heeft dezelfde oorsprong. Via de pastoor werd een plengoffer gebracht en tegelijk werd de bestaande hiërarchie bevestigd. Maar in beide gevallen was de oorsprong – voedsel voor de armen- verdwenen.
Aan de ene kant is het varken dus zeer gewild om zijn overvloedig en smakelijk vlees, een symbool van welstand (het spaarvarken) en vruchtbaarheid, aan de andere kant belichaamt het beest onheil, vraatzucht, luiheid en smeerlapperij. In mythologieën is het soms een reddend wezen en soms een duister wezen uit de onderwereld, symbool van dood en verderf. Ter illustratie: geluk hebben is in het Duits “schwein haben”. Niet het varken is populair, maar zijn alter ego: het biggetje. Deze roze miniversie is klein, schoon en aandoenlijk. Kijk op de schort van de slager, op teeveereclames, in tekenfilmpjes: een lief glimlachend vrolijk biggetje.
Het varken kreeg in de middeleeuwen nog een functie: die van leugendetector. Regelmatig flakkerde er in de christelijke gebieden een Jodenhaat op. In het beste geval konden de Joden dan kiezen: de dood (eventueel een ruïnerende verbanning) of zich bekeren. Dat er weinig vroomheid in zo een bekering zat en alles eerder een kwestie van lijfsbehoud was, dat snapten zelfs de bekeerders. Dus was er een leugendetector ingebouwd. Aangezien de kerk de bekeerde Joden niet vertrouwde werd hen op de meest onverwachte momenten varkensvlees aangeboden. Charcuterie die dadelijk moest verorberd worden. Wie aarzelde viel door de mand en had zich laten dopen maar was toch Jood gebleven. In sommige Spaanse streken is het nog steeds de gewoonte de vreemde gast in hotels een schoteltje charcuterie aan te bieden. Noch de gast, noch de uitbater weten wellicht dat dit een Jodenproef is.
Varkensvlees had ook een functie in het omzeilen van een eeuwenoud taboe op het kannibalisme. Dit zit dieper dan we nu vermoeden, denken we maar aan het sprookje van Hans en Grietje. Duidelijker kan een waarschuwing tegen het kinderkannibalisme niet zijn. De tweestrijd hierrond werd opgelost door het mensachtige zachte varkensvlees op te eten. Biggen werden gecastreerd en als baby in het gezin opgevoed en van voedsel en melk voorzien door de vrouw, meestal in een situatie waarin de rest van het gezin deed alsof ze het biggetje niet zagen of hoorden. Deze vertroetelde zwijntjes kwamen waarschijnlijk aan bod toen het varken straatverbod kreeg in de steden. Dit viel samen met de Europees christelijke folklore van de kinderrovende, kinderetende Jood. Waar ze bang van waren (op een onbewaakt moment hun eigen kinderen op te eten) werd overgebracht op vijand nummer 1: de Jood. HIJ was de kindereter! Er was zelfs een populaire verklaring waarom de Jood geen varkensvlees at: hij wilde het risico niet lopen per vergissing zijn eigen kinderen op te eten. Was zijn nood te hoog, dan trok de Jood op kinderrooftocht. En die kinderen werden door de Jood opgepeuzeld want ook hij hield van zachtroze vlees. Was er een kind vermist, dan draaiden alle christelijke neuzen richting die onfortuinlijke Jood die in het gezichtsveld kwam. Zo werden de varkensfeesten anti-Joodse uitingen waarbij vooral het maken en verorberen van bloedworst provocerend werkte.
Miss Piggy niet welkom
Antropoloog Marvin Harris schreef in “the abominable pig” over het gemeenschappelijk varkenstaboe bij Joden en moslims. Hij beweert op grond van gevonden bodemmateriaal dat ze in het Midden-Oosten het varkensvlees als vaste eetgewoonte hadden. Tot omstreeks 1700 v.c. Israëlieten, Feniciërs, Egyptenaren en Babyloniërs het dier steeds meer in de ban deden. Herodotus schreef dat in Egypte de varkenshoeders onaantastbaren waren die niet in de tempels mochten. Hij ziet de oorzaak in de positie van het varken als voedselconcurrent. Daar kwam dan nog eens de bevolkingsaanwas bij die er voor zorgde dat schaduwrijke bossen en water zeldzamer werden. Twee zaken die nodig zijn voor het varken, ze hebben immers geen zweetklieren. Het varken werd meer last dan lust. Om het vermeerderen van de varkens tegen te gaan kwamen er wetten, zie bijvoorbeeld Leviticus 11,7. Toen de islam bekeerde gebeurden die bekeringen precies in de droge Arabische woestijn. De islam nam, en dat horen ze niet graag, praktisch heel de regelgeving – en de god – van de bestaande religies over. De islam heeft daar niets uitgevonden: ze namen gewoon het bestaande anti-varken sentiment over. Ze beweerden later dat Allah al die regels hoogstpersoonlijk in het dialect van Mohammed had gedicteerd. Zo weten we meteen welke taal God spreekt en waarom hij niet verscheen aan de Germanen of Nerviërs: hij sprak hun taal niet! Het varken moest dus uit eigenbelang en om ecologisch-economisch onheil te voorkomen uit het Midden-Oosten verdwijnen.
Ibn Warraq en Frazer stellen ook dat de houding van de vroege Semieten dubbelzinnig was: zowel aanbidding als walg. Het eten van varkensvlees werd iets bijzonders, iets voor de geprivilegieerden en was een rituele gebeurtenis. Porcafobie en porcafilie hand in hand. Net als bij de Syriërs : ze mochten de varkens niet doden maar ook niet opeten. Beschermd en toch onrein. Waarschijnlijk is deze houding ontstaan in de oertijd van mensenoffers en kannibalisme. Zo blijkt dat de Joden tot in de tijd van Jesaja heimelijk in de tuinen bijeenkwamen om als religieus ritueel het vlees van varkens (en muizen) te eten. Dit was een overblijfsel van een zeer oude ceremonie waarin het varken en de muis als goddelijke wezens werden vereerd. Dit aanbidden van de muis is niet zo vreemd: in India is de rat heilig en kan men tempels bezoeken die volledig aan de rat gewijd zijn (en ook duizenden ratten herbergen die zich tegoed doen aan de offerandes); in gans Azië kent men in de astrologie het jaar van de rat en uiteraard ook het jaar van het varken. Meer algemeen kan men stellen dat alle zogenaamd onreine dieren oorspronkelijk heilig waren en dat de reden om ze niet te eten hun goddelijk statuut was. Net zoals bij homoseksualiteit waar de diehards dikwijls iets te verbergen hebben op het terrein van de homoseksualiteit, blijken de grootste anti-varken schreeuwers zelf een zondig kannibalistisch verleden te hebben. Dit element is onder andere waar te nemen bij westerlingen die zich tot de islam bekeren. Ook nieuwbouw-vegetariërs lijden dikwijls op dat vlak aan frustratiemessianisme. Hitchens wijst in verband met het oer-kannibalisme zelfs naar de christelijke mis. Wordt daar niet het lichaam van Christus gegeten en zijn bloed gedronken? En volgens de officiële leer moeten we dat – de transsubstantie – letterlijk nemen.
Een villa hoeft niet, maar toch
Langs humanistische weg gaan steeds meer vooraanstaanden zich het lot van het varken aantrekken. Niet zozeer omdat de islam de jihad verklaard heeft aan onze lieve viervoeter. Niet alleen omdat hij zo dicht bij de mens staat. Maar vooral om zijn triest lot in de farbrieksboerderijen waar zij meestal in miserabele omstandigheden verblijven: als een sandwich in zijn hekkenkooi, tussen zijn eigen uitwerpselen midden in het lawaai van honderden soortgenoten. Het varken is een industrieel product geworden dat alleen verschilt van de andere industriële producten doordat het ademt. In onze markteconomie moeten we niet wijzen naar de kweker: hij levert maar waar er vraag naar is. Is de klant bereid het tienvoudige te betalen en slechts eens per maand vlees te eten? Tot nader order is het varken geen dier meer, ver weg is het lieve biggetje uit de publiciteit. Zelfs zijn uitwerpselen zijn oorlogsmateriaal geworden. Beschuldigde nr. 1 in de mestoorlog is hij tevens anti-ecolosymbool geworden. Vlees eten raakt uit de mode en wordt wellicht binnenkort verboden.
Frazer wijst ook op de rol van het varken dat, eventueel symbolisch in strovorm, geofferd wordt om de grond vruchtbaar te maken en een grote oogst te waarborgen. Hij haalt wereldwijd verspreide voorbeelden aan om te bewijzen dat vroeger mensenoffers deze functie hadden. Oorspronkelijk werden zelfs de koningen geofferd. Het laat zich raden dat naarmate de macht van de koningen groeide, ze vervangers zochten om de offers aan de nooit voldane goden te brengen. In het geval van korenoffers voor vruchtbare oogsten verplaatste het offer zich eerst naar de roodharigen, de kleur van de rijpe tarwe, eerst mensen en dan ossen. Dit was nog zo in het vroege Rome. Hij toont ook aan dat het varken in Egypte, Palestina en Syrië heilig was. Dit staat op het eerste zicht haaks op hun weerzin tegenover het varken. Maar, weer met wereldwijde voorbeelden, wordt precies aangetoond dat die weerzin juist bescherming van het dier inhoudt. Stammen die geloven dat ze van vissen afstammen eten geen vis. In Egypte werd 1 keer per jaar varkens geofferd aan Osiris. Dat varkensvlees werd zelfs vrolijk opgepeuzeld, maar de rest van het jaar was het varken onrein. Ook de Griekse astronoom en wiskundige Eudoxus schreef over dat wankel evenwicht. Het licht voor de hand dat het varken vroeg of laat zou opklimmen tot de goddelijke status of integendeel als een contrareactie met de duivel zou geassocieerd worden. Het laatste gebeurde: het varken werd nu een belichaming van Seth of Typhon, de Egyptische duivel en vijand van Osiris. Oppergod Ra verklaarde het varken nu onrein. Er kwamen nieuwe mythen waarbij Osiris niet langer gered werd door varkens, maar nu door dezelfde dieren in stukken werd gereten.
Samengevat
Het varken is wellicht het dier dat in de religies het meest ter sprake komt. In zowat alle religies speelt het dier een rol: van geluksbrenger en symbool van rijkdom tot onrein beest. Het varken heeft hier ook een lange traditie in. Bij onze vroegste menselijke voorouders werd het varken sedentair, maar tegelijk een vriend en vijand. Een rol die het varken niet meer zou kwijtspelen. Waar er in eerste fase varkens werden geofferd als plaatsvervangers voor de mensen, vervaagde de herinnering aan de mensenoffers. Zijn rol om de goden te behagen bleef het varken in West-Europa tot op heden behouden in de folkloristische vorm van de Antoniusfeesten. Maar in het Midden-Oosten werd hij een geducht voedselconcurrent. Niet alleen voor voedsel, maar het varken had nood aan schaduw en water. In het woestijnklimaat werd het varken meer last dan lust. In een eerste fase was het varken op bepaalde dagen nog heilig, maar uiteindelijk werd het volledig ge-outcast. De varkens moesten verdwijnen. Deze houding zat in het ganse Midden-Oosten ingebakken en dus ook bij de Joden. De islam die zijn mosterd vooral uit de joodse religie haalde nam uiteraard ook die houding tegenover de varkens aan. Een steeds agressiever wordende islam heeft conflicten nodig, zaken waarop ze zich uitdagend kunnen profileren tegenover de anderen, de vijand. Dat is niet alleen het varken. De hoofddoek is er een tweede voorbeeld van. Nu de hoofddoek door de politiek-correctsten wordt aanvaard en het westen hierop een collaboratiekoers aan het varen is, loert de nieuwe conflictstof reeds om de hoek: de boerka wordt in het westen in stelling gebracht. Maar dat is een ander verhaal.
Terwijl miss Piggy zich in de kast verschuilt is het niet langer de Grote Boze Wolf die de drie kleine biggetjes achtervolgt, maar Mohammed die hen met het kromzwaard achterna zit.
Bronnen:
Lizzy van Leeuwen, artikel in De Groene Amsterdammer , 17 februari 2011
J.G.Frazer: De Gouden Tak, uitgeverij Olympus
Christopher Hitchens: God is not Great; a short digression on the pig or why heaven hates ham, Atlantic Books
Jo Claes e.a.: Geneesheiligen in de Lage Landen, uitgeverij KOK
Jo Claes e.a.: Sanctus, uitgeverij KOK
Marvin Harris: Good to Eat; Riddles of Food and Culture. Waveland Press

