Luc154 schreef:Had je de Bijbel gelezen, zou je weten dat Adam en Eva niet "een appel" gegeten hadden, maar van "de vrucht van de boom" gegeten hadden. Lees Genesis 3:6:
"En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at"
Ik begrijp ook waarom je God een grillige, narcistisch en sadisch karakter toeschrijft. Je kent Hem niet en dit omdat je de Schrift niet kent.
Ik weet natuurlijk wel dat daar vrucht staat, maar het is nu eenmaal gewoonte om appel te zeggen. Je voert iets aan wat totaal niet terzake doet om af te leiden van het feit dat god er een 'onmenselijke' moraal op nahoudt, en dat hij dus niet goed is. Je zei dat god het volste recht had om mensen te vermoorden omwille van een stukje fruit, en dat is natuurlijk onmenselijk. Waarom zou hij zo'n recht hebben en toch 'goed' zijn?
Luc154 schreef:Eerst moet je bereid zijn om God te willen doorgronden. Als je dat niet wilt hoe kan je dan weten hoe Hij werkelijk is?
Dus als je bereid bent om god te doorgronden, dan begrijp je dat
een 'goede' god omdat hij 'heilig' is kwaadaardig kan reageren als hij zich beledigd voelt?Als je bereid bent om god te begrijpen, begrijp je waarom god goed en toch kwaadaardig en moorddadig kan zijn?
Het lijkt andersom te zijn. Je kan god alleen toelaten als je je ogen sluit voor zijn gewelddadige misdrijven. Menselijk gezien is het heel simpel: als je mensen afslacht omdat ze je niet willen vereren, volkeren verjaagt, plundert en uitmoordt en de jonge meisjes tot oorlogsbuit maakt om ze te verkrachten en zwanger te maken, dan ben je geen goed mens, maar een heel slecht mens. En dat geldt ook voor goden.
Je maakt de klassieke fout van de mens die onwetend is over de context waarin deze dingen geschreven staan.
Ik heb toch niet met magische stokjes gegooid om uitgerekend deze passages te vinden, ik heb de complete context gelezen, en daardoor kwam ik het tegen.
Mag ik u dan vragen welk soort van volken deze Kanaanitische volken waren, en wat voor gruwelen ze erop na hielden opdat God tot dergelijke praktijken moest overgaan? Mag ik u ook vragen hoelang God de gruwelen van de Amorieten heeft verdragen vooraleer Hij zijn vonnis voltrok over dit barbaarse geslacht? Jij weet dat vast.
Het waren gewoon volken die leefden in de landen waar volgens de bijbelse mythen het joodse volk naartoe trok toen ze uit Egypte waren weggejaagd. Ze waren in hun eigen landen, waar ze hun eigen gebruiken erop nahielden en hun eigen goden vereerden. God wilde dit land aan zijn uitverkoren volk geven. Het ging om een imperialistische oorlog zonder moraal of ethiek.
God beloofde het land aan zijn uitverkoren volk, en het motief om de mensen uit te roeien en te verdrijven was een narcistisch excuus, namelijk ze hadden een foute religie.
Deuteronomium 11:
22 Wanneer u alle geboden die ik u geef zorgvuldig naleeft, en u de HEER, uw God, liefhebt, hem bent toegedaan en de weg volgt die hij wijst, 23 dan zal hij ter wille van u al die volken, die groter en machtiger zijn dan u, verdrijven en hun land aan u in bezit geven. 24 Elk stuk grond dat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen. 25 Er zal niemand zijn die tegen u kan standhouden. De HEER, uw God, laat in het land dat u binnengaat iedereen van angst voor u beven, zoals hij u heeft beloofd.
26 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen en vloek. 27 Zegen, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag voorhoud. 28 Vloek, als u zijn geboden niet gehoorzaamt en afwijkt van de weg die ik u vandaag wijs en achter andere goden aan loopt die u eerst niet kende. 29 Wanneer u straks door zijn toedoen in het land aankomt dat u in bezit zult nemen, moet u op de Gerizim de zegen uitspreken, en op de Ebal de vloek. 30 (Deze bergen liggen ten westen van de Jordaan, ter hoogte van Gilgal, vlak bij de eiken van More. Ze zijn te bereiken over de weg die door het gebied van de Kanaänieten in de Jordaanvallei naar het westen loopt.) 31 Straks steekt u de Jordaan over om het land binnen te gaan dat de HEER u zal geven. Wanneer u het in bezit hebt genomen en er woont, 32 leef dan alle wetten en regels die ik u vandaag voorhoud strikt na.
Deuteronomium 12:
2 De volken die u zult verdrijven, vereren hun goden op heuveltoppen en hoge bergen en onder bladerrijke bomen. U moet hun gewijde plaatsen met de grond gelijkmaken, 3 hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen; hun Asjerapalen moet u verbranden en hun godenbeelden in stukken hakken. Er mag niets overblijven dat aan die goden herinnert.
[..]
29 Straks zal de HEER, uw God, voor u de volken uitroeien die nu nog het land bewonen dat voor u bestemd is. Als u het eenmaal in bezit hebt gekregen en er bent gaan wonen, 30 zorg er dan voor dat die volken, die voor u zijn uitgeroeid, niet alsnog uw ondergang worden. Wees niet nieuwsgierig naar hun goden en vraag u niet af: Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Zo willen wij het ook doen! 31 Nee, de HEER, uw God, verbiedt u dat. Want zij hebben voor hun goden alles gedaan wat de HEER verafschuwt; ze hebben zelfs hun zonen en dochters als offer voor hen verbrand.
Deuteronomium 17:
2 Wanneer zich in een van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, iemand bevindt, man of vrouw, die doet wat slecht is in de ogen van de HEER door de regels van het verbond te overtreden, 3 door andere goden te vereren, de zon, de maan of de sterren, en daarvoor neer te knielen, hoewel ik dat verboden heb, 4 en het komt u ter ore, dan moet u zorgvuldig navraag doen. Als blijkt dat het waar is, als onomstotelijk vaststaat dat deze gruwelijke dingen onder het volk van Israël hebben plaatsgevonden, 5 dan moet u de man of vrouw die zich zo misdragen heeft de stad uit brengen en buiten de poort stenigen tot de dood erop volgt. 6 Het doodvonnis mag alleen op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen worden voltrokken, één getuigenverklaring is onvoldoende. 7 De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.
Deuteronomium 18:
9 Wanneer u in het land komt dat de HEER, uw God, u geven zal, mag u de verfoeilijke praktijken van de volken daar niet navolgen. 10 Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, 11 bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen. 12 Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die verfoeilijke praktijken verdrijft hij deze volken voor u.
Deuteronomium 19:
1 Wanneer de HEER, uw God, de volken in het land dat hij u zal geven heeft uitgeroeid, en u hun land in bezit hebt genomen en in hun steden en hun huizen bent gaan wonen, 2 dan moet u in dat land drie steden aanwijzen als vrijplaats.
Met andere woorden: ze hebben niks misdaan. De joden komen in een land waar ze nooit zijn geweest en niks te zoeken hebben (behalve natuurlijk een vage historische claim, maar dat geeft je geen imperialistische rechten), jagen iedereen eruit, plunderen hun bezittingen en nemen hun vrouwen af.
Hooguit de bewering dat ze mensen geofferd hebben zou misschien een argument zijn, hoewel het geen argument is om te roven, plunderen en moorden. Maar het is geen argument, want ik heb al een citaat gegeven waaruit blijkt dat de bijbelse god zelf ook mensenoffers verlangt, dus dan kan hij anderen daarvan niet beschuldigen. Bovendien laat hij mensen ter dood stenigen omdat ze hem niet willen eren, wat even erg is als mensen offeren.