instinct
Een instinct is een soortspecifiek en erfelijk vastgelegd gedragspatroon, waarbij ervaring of leren geen rol speelt. Het instinct van een levend organisme is genetisch vastgelegd, waarbij specifieke actiepatronen (stimulus-respons) optreden als een gebonden keten van reflexen (Eng: fixed action patterns), zoals bijvoorbeeld de reacties van een spin op specifieke trillingen in haar web.
In de literaire betekenis is een instinct een onbewuste aandrang of een voorvoelen van gebeurtenissen en kan het beschouwd worden als een primitieve (dierlijke) vorm van intuïtie. Bij een instinct is sprake van een resulterend gedragspatroon (voorbeeld:instinctief draaide hij zich om en hief hij de armen op). Bij intuïtie wordt meer gedoeld op het innerlijke gevoel.
intuïtie (psychologie)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Intuïtie)
Ga naar: navigatie, zoeken
Intuïtie, kan worden omschreven als een "ingeving", een vorm van "direct weten", zonder dat men dit beredeneerd heeft.
Inhoud
[verbergen]
* 1 Definities
* 2 Algemeen
* 3 Aangeleerde intuïtie
o 3.1 Hersenen en oefening
* 4 Intuïtie als gevoel
* 5 Intuïtie en kunst
* 6 Kloppen intuïties altijd?
* 7 Wetenschappelijk onderzoek
* 8 Voetnoten
Definities
Intuïtie wordt in de gangbare definities omschreven in termen van zowel een functie of proces, als de inhoud of het product van een functie of proces. Zo geeft de Webster dictionary de volgende definities:
* de directe perceptie van waarheid, feiten e.d., onafhankelijk van enig redeneerproces
* een feit, of waarheid die op deze wijze is waargenomen
* een scherp en snel inzicht
* het vermogen of eigenschap van een dergelijke snelle perceptie of direct inzicht.
In de filosofie wordt het begrip intuïtie gebruikt als aanduiding van pure, directe kennis die niet uit eerdere kennis kan worden afgeleid (zie ook Henri Bergson). Het begrip intuïtie speelt tenslotte ook een rol in de persoonlijkheidstheorie van Carl Gustav Jung en New Age stromingen.
Algemeen
Intuïtie wordt in de psychologie ook wel omschreven als een vorm van impliciet kennen of waarnemen. Dit in tegenstelling tot het bewuste of expliciete kennen en waarnemen. Mogelijk helpen intuïtieve ingevingen de mens om in complexe situaties toch een juiste beslissing te nemen. Dit komt o.a. omdat er hierbij in mindere mate een beroep wordt gedaan op de beperkte capaciteit van onze hersenen. Intuïtieve ingevingen hoeven echter niet altijd tot de juiste beslissingen te leiden.
Aangeleerde intuïtie
Intuïtie is er niet vanzelf, maar moet worden gevormd. Anders gezegd: het kan worden opgevat als een vorm van automatische en onbewuste verwerking van informatie die is aangeleerd. Naar dit verschijnsel is vooral in de experimentele psychologie veel onderzoek gedaan. Complexe vaardigheden zoals schaakspelen en alledaagse activiteiten als fietsen, leren lezen en autorijden vragen aanvankelijk veel inspanning en concentratie. Zij 'vragen' naar men aanneemt vooral bij onervaren mensen veel hersencapaciteit. Ervaren schaakspelers en automobilisten handelen daarentegen snel en intuïtief, d.w.z zonder er bij na te denken. Zo liet onderzoek van o.a. Chris Chabris [1] zien dat ervaren schakers hebben geleerd groepen te vormen van stukken en zetten, in plaats van alle stukken of zetten stuk voor stuk te overdenken. Veel van dit impliciete gedrag kan door oefening worden aangeleerd. Het bewuste gecontroleerde of expliciete gedrag fungeert daarbij als een voorstadium, of eerste fase waarbij alle individuele stapjes worden doorlopen en uitgeprobeerd. In de tweede fase 'slijt' dit patroon van denken als het ware geleidelijk in.
Hersenen en oefening
Vermoedelijk treedt tijdens het leer- of oefenproces ook een verandering op in het patroon van hersenactiviteit. Zo lijkt in de vroege leerfase, dus bij bewuste verwerking van informatie, sprake te zijn van een betrokkenheid van de linker hersenhelft en de prefrontale cortex. Deze gebieden sturen vooral het bewuste, 'nadenk gedrag' aan. Later, dus bij vorming van meer automatische of onbewuste vormen van gedrag, lijkt er een verschuiving in dit patroon op te treden, waarbij de rechter hersenhelft meer activiteit, en de prefrontale hersenen minder activiteit laten zien.
Intuïtie als gevoel
Intuïtie wordt soms ook omschreven als een andere vorm van denken of handelen, waarbij het gevoel mede bepalend is voor het verloop. Gevoelens hebben te maken met het onderbewustzijn, en zijn vaak niet direct aan te spreken (op te roepen). Door bewust gevoelens te benaderen, kan de intuïtie gestimuleerd worden. Dit aspect is vooral door de neuroloog Antonio Damasio benadrukt in zijn somatische-stempelhypothese. In zijn visie is het zo dat bij het nemen van moeilijke beslissingen het gevoel, en de signalen van ons lichaam die door dit gevoel worden opgeroepen, kunnen helpen om de 'knoop door te hakken'.
Intuïtie en kunst
Intuïtie speelt niet alleen bij het denken of nemen van beslissingen, maar ook bij kunstuitingen een rol. Vaak wordt van kunstenaars gezegd dat zij bij hun werk, bijvoorbeeld bij het maken van schilderijen, beeldhouwwerken, poëzie en romans, intuïtief te werk gaan. Het blijkt echter dat veel kunstuitingen mede tot stand komen door techniek en verworven vaardigheden.
Kloppen intuïties altijd?
Intuïties kunnen, zoals hierboven aangegeven, berusten op inzichten die via ervaring zijn verkregen. In deze zin hebben zij een nuttige functie in het sturen van ons gedrag in complexe situaties, of bij complexe vaardigheden. Intuïtieve ingevingen leiden echter niet altijd tot juist beslissingen. Dit geldt in het bijzonder voor ingevingen waarbij het gevoel overheerst. Zo kan bijvoorbeeld impulsief gedrag soms leiden tot verkeerde keuzes of beslissingen, omdat men niet alle aspecten van een situatie heeft doordacht. Intuïtie kan ook een rol spelen bij ons geheugen. Men spreekt dan van impliciet geheugen. Soms denken mensen zeker te weten dat zij iets of iemand eerder hebben gezien, of dat zij iets hebben meegemaakt. Deze herinneringen blijken echter niet altijd met de realiteit overeen te stemmen. Dit verschijnsel kan o.a. leiden tot onbetrouwbare getuigenverklaringen.
Zoals je kunt lezen in de beschrijvingen van de betekenissen van het woord intuitie en het woord instinct weet de de filosoof Jan Vis heel goed waar hij het over heeft en is een ad hominem als die ooit al enige zeggingskracht heeft op hem niet van toepassing .Deze redeneerfout kan vermeden worden als van te voren nog even gecontroleerd wordt of de eigen kennis van de twee begrippen nog wel volstaat .
Ook het onderbouwen van een bewering kan er voor zorgen dat op tijd gemerkt wordt dat men iets te vroeg gereageerd heeft en dat de eigen bewering toch niet helemaal klopt of helemaal niet juist is zoals nu .
Het is nooit te bewijzen dat iets niet bestaat of dit nu God is of Wodan , elfjes of kabouters ,het is nooit te bewijzen .Dat heeft niets met God te maken te maken maar met logica .De bewijslast ligt altijd bij degene die iets claimt ,volgens dezelfde logica kun je niet niets claimen dus ligt de claim bij degene die een bestaan claimt .Ook hier geldt dat dit niet alleen voorbehouden is aan gelovigen iedere claim die er gedaan wordt ,ook het bestaan van UFO's ,van het vliegende spaghettimonster ,trollen ,gnomen ,Thor ,je noemt het maar op dient bewezen te worden door degene die die claim maakt .Dit is niet vanwege het gemak ,dit is vanwege het feit dat het zo werkt .
Het is namelijk ook nog eens onbegonnen werk om te moeten bewijzen dat iets niet bestaat ,want dat geldt namelijk voor alles dat wij met onze geest kunnen bedenken .
Iets anders is het als je geen uitspraak doet over het wel of niet bestaan van van welke buitennatuurlijke entiteit dan ook .Wovon man nicht sprechen kann, darüber muß man schweigen.Een filosoof mag op eigen titel natuurlijk altijd een uitspraak doen dat is geen reden voor een karaktermoord zoals die nu twee keer gepleegd wordt door Icesurfer .Verder geldt de regel dat als je iets beweert dat je daar ook bewijzen voor moet leveren ook voor Icesurfer en Jessy dus graag in het vervolg een onderbouwing van je bewering .
Een bijkomend feit is dat in het geval van een Godsbewijs ,vanwege het buitengewone karakter, een buitengewoon bewijs vereist wordt .
En daarbij komt ook nog eens dat als ik 10 euro cent zou krijgen voor iedere spelfout of grammaticale fout die Jessy maakt ,ik een nieuw beeldscherm zou kunnen kopen .Mag ik Jessy er ook aan herinneren dat zij als eerste een aanval van het eigen gelijk deed ten aanzien van de tekst van Jan Vis ,beetje laf omdat Jan Vis zich niet kan verdedigen,maar ook heel erg misplaatst omdat het een volstrekt irrelevante en daarbij ook niet onderbouwde aanval was die daarbij ook nog eens niet juist was.
De strategie die Icesurfer aanhangt is iemand zwart maken door een uitspraak uit zijn verband te rukken ,volgens Icesurfer is het een in het verleden gedane uitspraak van Jan Vis ,ik citeer
Nu piept deze Jan Vis anders
het getuigt van een onbeschrijfelijk oneerlijkheid om iemand die zich niet kan verdedigen aan te vallen op een uitspraak in het verleden gedaan ,terwijl er ook nog bij vermeldt wordt dat die uitspraak nu niet meer geldt .Het doel heiligt de middelen blijkbaar .
Dat is een zeer laakbare methode om je gelijk te halen ,afgezien van het feit dat je argumenten nergens op slaan .
Ik vraag me af waarom atheïsten iedere keer verweten wordt een bepaalde strategie te hanteren ,terwijl gelovigen al eeuwen niets anders doen ,atheïsten hanteren tenminste nog enige vorm van logica of rede terwijl dat van de meeste gelovigen niet gezegd kan worden .
Dat is precies ook waar het onderwerp over ging dus zonder dat het waarschijnlijk de bedoeling is illustreer je heel goed hoe het is om met twee maten te meten Icesurfer.