Pagina 1 van 1

KA BA

BerichtGeplaatst: zo jul 17, 2011 11:17 pm
door paganisgood
KA’BA

--------------------------------------------------------------------------------
We krijgen meer en meer te maken met de islam, wellicht de grootste en in ieder geval de vlugst aangroeiende godsdienst ter wereld. Veel weten we er echter niet over. Hier in ieder geval een poging om één zaak te verduidelijken: de ka’ba die door moslims op hun grote bedevaart bezocht en aanbeden wordt. We kennen de beelden: een duizendkoppige menigte draait en keert rondom een zwarte constructie. Dit is het centrale heiligdom van de islam, het staat ook bekend als Bayt Allah, het huis van god. Het woord ‘kubus’ in onze taal heeft dezelfde stam : het gebouw is kubusvormig. Het bevindt zich in het binnenplein van de grote moskee van Mekka, al-masjid al-haram. In de zevende hemel, de hemel recht boven de aarde die door Mohamed in levende lijve werd bezocht, is er een identieke moskee. Die wordt iedere dag door 70.000, telkens andere, engelen bezocht om God te aanbidden.
In de loop van de 6e eeuw gebeurt er op het Arabisch schiereiland een omwenteling. De bedoeïenen hebben een nieuw zadel uitgevonden waardoor de kamelen veel zwaardere lasten kunnen transporteren. De ezelskarretjes worden vervangen door kamelen die dagenlang zonder water kunnen en met hun hoeven ook heel goed geschikt zijn voor lange woestijntochten. Op die manier kan de Arabische woestijn gedwarst worden, waardoor de handelsroutes veel korter worden. Mekka werd een belangrijke halte, vooral omdat er een belangrijke ondergrondse bron was, Zam Zam genaamd, die zelfs voor de taaiste kamelen meer dan welkom was. Zoals in andere cultussen wordt de bron beschermd door ze heilig te verklaren. Er wordt verondersteld dat de ka’ba oorspronkelijk een onderdak was voor de cultusvoorwerpen van die heilige bron.
Toen de bedoeïnenstam van de Qoeraish de macht over Mekka kregen, beseften ze al vlug dat er met dat heiligdom geld te verdienen was. Ze verklaarden Mekka en een zone met een straal van 30km rond de ka’ba als open gebied. Hier mocht geen oorlog gevoerd worden, geen overvallen gepleegd worden op de karavanen (de meest lucratieve bron van inkomsten van de stammen op het Arabisch schiereiland). Tevens was iedere godsdienst en cultus welkom en kon er vrij beleden worden. Naar aanleiding van de jaarmarkten maakten de karavanen gebruik van die mogelijkheid om hun goden in de ka’ba te aanbidden en te offeren uit dank voor de geslaagde tocht en rekenend op een even geslaagd vervolg. De jaarmarkten evolueerden tot een combinatie van pelgrimstocht en handelsmarkt.
De riten waren welbepaald en kwamen oorspronkelijk uit de gebeden om de winterregens uit te lokken. Ze draafden 7 keer heen en weer tussen de heuvels Safa en Marwa ten oosten van de ka’ba, en dan in groep naar de kom van Moerdalifa waar de dondergod woonde. Ze hielden een nachtrust in de vlakte van de berg Arafat, 25 km buiten Mekka. Daar gooiden ze ook kiezelstenen naar de drie zuilen in het Mina-dal. Ten slotte werd hun waardevolste kameel geofferd. Het beroemdste ritueel van deze hadj of pelgrimstocht was de tawaf: 7 keer kloksgewijs rond de ka’ba. De ka’ba werd symbool voor de karavaantochten: de 4 hoeken zijn de 4 windrichtingen.

HET GEBOUW

De ka’ba is 12 m lang, 10 m breed en 15 m hoog en staat op een verhoog van 25 cm dat aan alle zijden 30 cm uitspringt. In de noordoostelijke muur is er op 2 meter boven de grond een deur. Binnen is de vloer van marmer en drie houten zuilen stutten het dak, er hangen enkele lampen. De ka’ba zelf is gebouwd met groen-blauwe steen uit de heuvels rond Mekka.
In de zuidoostelijke muur zit een ca 35cm grote zwarte monoliet van basalt, al-hadjar al-aswad. Vroeger was die steen stralend wit maar door de zonden van de mensen is hij zwart geworden. Door de eeuwenlange aanrakingen en kussen is de steen uitgehold. Deze monoliet is de verbinding tussen hemel en aarde, ooit is hij uit de hemel gevallen. Een ander verhaal meldt dat hij door de aartsengel Gabriel aan Abraham werd gegeven. Het is bijna zeker een meteoriet die deel uitmaakt van een groep afkomstig van een meteorieteninslag te Wabar en de Rub al Khali. Bij een brand in 683 is de monoliet gebarsten en wordt nu door een zilveren band bijeen gehouden. De steen werd reeds vereerd lang voor de islam; hij werd later ‘geïslamiseerd’. Tijdens een bedevaart is het niet voor iedereen mogelijk de zwarte steen aan te raken. Het volstaat echter er naar te wijzen en Allah akbar (god is groot) te zeggen. Overigens is gans de cultus rond de steen principieel in tegenspraak met de islam. Volgens de islam is er geen kracht buiten God en mag er ook geen kracht aan heilige voorwerpen, amuletten, heiligen, … worden toegekend. Zo ook is Mohamed een mens die niet aanbeden mag worden (Christus is volgens de christenen de zoon van God en mag/moet aanbeden worden). In de praktijk storen de meeste islamieten zich niet aan die regel. Op de dag van het Laatste Oordeel zal God de steen laten opstijgen. De steen zal dan twee ogen en een mond krijgen en de goeden en de slechten aanduiden. Bij de goeden zijn in ieder geval diegenen die de steen aangeraakt hebben.
De laatste vernieuwing dateert van 1670. De koran vermeldt dat de ka’ba gebouwd werd door Abraham en diens zoon Ismaël. Ismaël is de zoon die Abraham verwekt had bij zijn slavin Hagar. Toen Abraham zijn vrouw Sarah zelf een zoon baarde verplichtte zij Hem Hagar en Ismaël de woestijn in te jagen, een zekere dood tegemoet. God redde hen echter door de Zam Zam bron te laten ontspringen. De ka’ba zou ook gebouwd zijn op de plaats waar Abraham samen met Ismaël het altaar heropbouwde dat door Adam was gebouwd, maar door de zondvloed was vernietigd. Er is nog een legende waarin God de ka’ba zelf – door engelen - bouwde in de eerste scheppingsweek, opdat de mens direct zou kunnen beginnen met het aanbidden van God. Het is ook op deze plaats dat Adam en Eva elkaar voor het eerst ontmoetten. De graven van Hagar en Ismaël zouden naast de ka’ba liggen. Het dak van de ka’ba helt aan de noord west kant lichtjes af zodat het regenwater de graven poetst.
Aan de overzijde is er een witte steen.
Aan de buitenzijde is de ka’ba geheel bedekt door een kleed van zwart brokaat en gouddraden die verzen uit de koran vormen. Dit kleed wordt elk jaar na de grote hadj vervangen. Traditioneel kwam het kleed uit Egypte, thans komt het uit Saoudie Arabie.. Tijdens de hadj is het een wit kleed dat tot op 2 meter van de grond hangt.
Tussen de toegangspoort en de ka’ba bevindt zich een gebouwtje waarin een steen wordt bewaard waarop Abraham zou hebben gestaan. Volgens strikte gelovigen werd Abraham in 2038 vc geboren en werd hij 175 jaar oud. Er is echter geen enkel historisch relevant bewijs dat Abraham zou bestaan hebben. Links van de toegangspoort het gebouw met de Zam Zam bron. Het bestuderen van die ‘feiten of legendes’ is voorlopig onmogelijk omdat de islam onderzoek hiernaar verbiedt en geen enkele archeologische opgraving in de omgeving toelaat.
Vroeger bidden de moslims in de richting van Jerusalem, thans naar de ka’ba. Nadat hij in het 2e jaar van de verbanning naar Medina in onmin kwam met enkele joodse stammen kreeg Mohammed een visioen (soera de koe) dat bepaalde dat de bidrichting gewijzigd diende te worden. Mohamed kreeg dit visioen te Medina op de plaats waar thans de Qiblatain moskee staat.

HET EINDE
Wanneer de beginnende Mohamed zijn religie ingang wil doen vinden te Mekka plaatst hij zijn nieuwe god in de ka’ba tussen de andere goden. Niemand maakt bezwaar: de ka’ba is er voor iedereen. Dit gebeurt in de eerste periode van de islam: de periode te Mekka waar Mohamed visioenen krijgt die verdraagzaamheid ten opzichte van andere godsdiensten prediken. Onder ander in de soera de ster blijkt die toestand: Mohamed heeft een visioen gekregen waaruit blijkt dat het aanbidden van de 3 godinnen al-Lât, al-Oezzâ en Manât toegelaten is. Sommige van zijn volgelingen zien hierin een tegenspraak met de islamstelling dat er maar één god is. Mohamed raakt in een lastig parket maar gelukkig stuurt God hem een nieuw visioen dat stelt dat er maar één God is. Dit zijn de beroemde Duivelsverzen: heeft de duivel Mohamed het eerste visioen ingefluisterd? Zo ja, zijn er nog meer duivelse visioenen die niet als dusdanig ontmaskerd zijn. Salman Rushdie zal er eeuwen later nog last van hebben. Van zodra Mohamed Mekka moet verlaten en zich te Medina vestigt krijgt hij uitsluitend visioenen die onverdraagzaamheid tegen over andere godsdiensten vooropstelt. Op 10 ramadam (januari 630) trekt Mohamed aan het hoofd van een grote troepenmacht getrainde soldaten en struikrovers Mekka binnen: nu zijn de krachtverhoudingen gewijzigd. Mohamed is de grootste. Iedereen is er getuige van hoe hij eerst 7 keer rond de ka’ba loopt en vervolgens alle beelden kapot gooit. Voortdurend roept hij soera 17;82: “De waarheid/het wezenlijke is gekomen en het ijdele/de onzin/de leugen/de onwaarheid is vergaan. Het ijdele/de onzin/de leugen/de onwaarheid is waarlijk vergankelijk.” De islam is gevestigd, voor anderen is er geen plaats meer.