Dat is een goeie: god bekeek zijn schepping bekeek en zag dat het goed was, dus daarom is het niet logisch als hij daarna weer zou moeten ingrijpen. We jammer natuurlijk dat hij ook de hel heeft geschapen voor hen die de draad kwijt zijn geraakt bij de door hem verplichte aanbidding.
Het verhaal van Abraham laat voorzover ik weet vooral zien dat er een stap vooruit gezet in de beschaving: mensenoffers werden vervangen door dierenoffers. In de bijbel zie je de godsdienst evolueren.
Dat het een verhaaltje is was mij al duidelijk, dat een god één man persoonlijk lastig zou vallen met zijn wensen, terwijl de indianen in Noord-Amerika nooit iets gemerkt hebben van zijn openbaringen ed. is bizar. Het verhaaltje werd bewust verzonnen door een wijs mens die wist dat hij zo het volk kon bewegen om voortaan af te zien van mensenoffers. En omdat religieuse mensen graag in dit soort verhalen geloven werd het voor hen een waarheid. Paulus doorzag dit dus, stel je. Blijft natuurlijk de vraag: hoe wist Paulus dit dan ? Logisch redeneren, of een stem uit de hemel ?
"De absolute waarheid is wellicht niet te achterhalen. Het is en blijft een zoektocht, totdat wij de volle kennis van de Zoon Gods bereikt zullen hebben. "
Voor veel religieusen lijkt de zoektocht het doel op zich. Zelf vind ik puzzelen leuk, maar het moment waarop de puzzel af is heeft altijd iets ontluisterends, want je weet dat het leuke werk gebeurd is. Zo'n zoektocht eindigt meestal in abstracties waar men alle kanten mee uit kan.
Dan vind ik het idee zinniger om te kijken hoeveel we kunnen achterhalen van een historische Jezus. Zijn er onafhankelijke getuigeverslagen van zijn werk, en van de vroege christelijke gemeenschap, zo'n zoektocht. De vergelijking die wordt getrokken tussen Jezus en Julius Ceasar heeft meer zin dan de letter van de bijbel te onderzoeken op hemelse aanwijzingen over de aard van Jezus. In welke talen zijn de evangelieën geschreven en hoeveel invloed heeft vertalen op de tekst gehad. Welke elementen van Mithras, Zarathustra en anderen zitten er in het verhaal.
"Hoe definieer je die Romeinse godsdienst dan? Hebben de christenen het er niet van gemaakt? In het N.T. kan ik geen Romeinse kenmerken ontdekken. Zeker, zij komen er wel in voor, maar of dat een bepaalde betekenis heeft, weet ik nog niet zo net."
Een tijd geleden heb ik eens een boek gelezen over romeinse sagen en Mythen, en het viel mij op dat de waarden en normen uit die tijd al overeenkwamen met wat in het NT wordt gepropageerd: vergeving van je vijanden als voornaamste. Daarnaast opofferingsgezindheid. De specifieke voorbeelden kan ik me al lang niet meer herinneren, maar het viel mij toen ontzettend op, het was alsof je deze verhalen eerder zou verwachten als OT dan wat nu als OT in de bijbel staat.
De onverzoenelijkheid die in het OT naar voren komt is in het NT helemaal weg.
Natuurlijk hebben de christenen er een romeinse godsdienst van gemaakt, want godsdienst is nu eenmaal een creatie van zijn aanhangers. Je laatse twee zinnen ("In het N.T. kan ik geen Romeinse kenmerken ontdekken. Zeker, zij komen er wel in voor, maar of dat een bepaalde betekenis heeft, weet ik nog niet zo net.") vind ik raadselachtig: je zegt dat je geen romeinse kenmerken kan ontdekken, maar ze komen er wel in voor. Laten we het maar houden op wel dan.
De betekenis is dus dat de evangelieën van oorsprong romeinse verhalen zijn, met voornamelijk de romeinse filosofie als achtergrond. Waarschijnlijk bedoeld als geforceerde vervulling van bepaalde joodse profetieën, om zo de religieuse onrust in het MO. te beteugelen.
Een duidelijk verzonnen religie, maar dit blijkt ook wel uit het gemak waarmee de romeinse keizer Heraclius een compromis voorstelde over de aard van Jezus:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Monothelet ... -energisme
De discussies rond deze leerstellingen werden gevoerd in de kerken van het Nabije Oosten in de 6de en 7de eeuw.
Het was de bedoeling een compromis te vinden tussen het monofysitisme of de leer dat Christus één natuur heeft, en de tweenaturenleer van Chalcedon.
Het woord “natuur” werd vervangen door “wil” of “energie”.
De stelling luidde dan: Christus heeft één wil of één energie die afgeleid wordt uit zijn persoon (hypostasis) die één is, niet uit zijn twee naturen. Zo kon men spreken over één energie, één wil zonder de enkelvoudige natuur (van de monofysieten) te moeten erkennen.