correctie in oud koranfragment gevonden
Bron: Trouw
http://meer.trouw.nl/nieuws-en-debat/oe ... aangetoond
De Saarlandse geleerde Gerd Puin en zijn vrouw Elisabeth hebben ontdekt dat in een oud koranhandschrift een correctie is aangebracht. Het woord lajsa ('is geen') is zichtbaar vervangen door het woord lisaan ('taal').
Puin werkte in de jaren tachtig aan de restauratie van oude fragmenten van in onbruik geraakte korans afkomstig uit een Yemenitisch 'papiergraf' dat was gevonden onder een moskee in de hoofdstad Sanaa. De koranresten waren hier bewaard omdat ze waren vervangen door nieuwere, maar te heilig werden gevonden om te vernietigen. Het gaat om zeer vroege, in oud-Arabisch geschreven fragmenten die dateren van voor de tijd dat Arabische schrift, dat was ontstaan uit het Syrisch-Aramese schrift, zich volledig had aangepast uit de Arabische taal. Het vroegste Arabische alfabet miste diverse tekens voor specifieke Arabische klanken, kende lettertekens die voor meerdere letters werden gebruikt en had nog geen diacritische tekens waarmee de klinkers werden vastgelegd.
De oude fragmenten werden met behulp van moderne technieken leesbaar gemaakt. Daardoor werd zichtbaar dat in een passage het woord lajsa is gewijzigd en werd vervangen door lisaan. De aanpassing werd gemaakt in het koranhoofdstuk 16, vers 103. Hierin zou (volgens de vertaling van Kramers) staan: De taal van degene naar wie ze bedrieglijk verwijzen is een vreemde en dit is een Arabische taal. Maar als er lajsa zou staan in plaats van lisaan, zou de betekenis luiden: Degene naar wie ze bedrieglijk verwijzen is geen vreemdeling.
De aanpassing kan niet worden verklaard uit verwarring over de uitspraak. Ook kan er geen onduidelijkheid zijn ontstaan door het schrift, want de manier om lajsa te schrijven verschilde zichtbaar van de manier waarop lisaan in het oud-Arabisch schrift werd weergegeven. Een verklaring wordt nu gezocht in de mogelijkheid dat er voor dat de vorm van het schrift waarmee het gevonden fragment werd geschreven nog een oudere schrijfwijze bestond, waarin geen onderscheid kon worden gezien tussen lajsa en lisaan. Gelijkvormige letters werden om ze van elkaar te kunnen onderscheiden op een verschillende hoogte weer te geven.
Door de niveauverschillen wordt de tekst makkelijker leesbaar. Deze methode is in de loop van de tijd verder ontwikkeld. In de oudste bekende handschriften zijn de hoogteverschillen al duidelijk aanwezig. Maar de mogelijkheid bestaat dat er oudere kopieën hebben bestaan, waarin deze techniek nog niet bestond. De misverstanden die hieruit zouden kunnen ontstaan, kunnen de verwarring tussen lajsa en lisaan verklaren.
Puin en zijn vrouw hebben een andere verklaring voor de correctie, namelijk de onduidelijke tekst zelf. Lajsa gaf een kromme zin, wat werd opgelost door lisaan te schrijven. Maar wel hebben de onderzoekers een aanwijzing gevonden dat er inderdaad een ouder, vlak schrift heeft bestaan. Een ander argument dat er ooit een plat schrift zou hebben bestaan, is de verwarring tussen de getallen zeven (sab') en negen (tis').
Het schrift van geen enkel manuscript geeft aanleiding tot verwarring tussen deze cijfers. Toch geven sommige manuscripten het getal zeven waar andere manuscripten negen geven. Met andere getallen is dit soort verwarring nooit opgetreden. Het blijkt dat in een mogelijk vlak schrift de getallen zeven en negen er hetzelfde uitzien. Latere kopiisten hebben het woord verschillend geïnterpreteerd.
Hoewel de verklaringen voorlopig nog op hypotheses berusten, weerspreekt de correctie wel de stelling van korangeleerden dat de koran via een keten van mondelinge overleveringen foutloos is overgeleverd.
http://meer.trouw.nl/nieuws-en-debat/oe ... aangetoond
Gerd Puin restaureerde in de jaren tachtig in de Jemenitische hoofdstad Sanaa oeroude koranfragmenten, gevonden in een moskee. Hij heeft fotokopieën van die teksten. Moderne technieken lieten zien dat in een tekst het woord lajsa is vervangen door lisaan, wat de betekenis van de tekst compleet veranderde. Lajsa betekent ’is geen’ en lisaan is ’taal’.
De Saarlandse geleerde Gerd Puin en zijn vrouw Elisabeth hebben ontdekt dat in een oud koranhandschrift een correctie is aangebracht. Het woord lajsa ('is geen') is zichtbaar vervangen door het woord lisaan ('taal').
Puin werkte in de jaren tachtig aan de restauratie van oude fragmenten van in onbruik geraakte korans afkomstig uit een Yemenitisch 'papiergraf' dat was gevonden onder een moskee in de hoofdstad Sanaa. De koranresten waren hier bewaard omdat ze waren vervangen door nieuwere, maar te heilig werden gevonden om te vernietigen. Het gaat om zeer vroege, in oud-Arabisch geschreven fragmenten die dateren van voor de tijd dat Arabische schrift, dat was ontstaan uit het Syrisch-Aramese schrift, zich volledig had aangepast uit de Arabische taal. Het vroegste Arabische alfabet miste diverse tekens voor specifieke Arabische klanken, kende lettertekens die voor meerdere letters werden gebruikt en had nog geen diacritische tekens waarmee de klinkers werden vastgelegd.
De oude fragmenten werden met behulp van moderne technieken leesbaar gemaakt. Daardoor werd zichtbaar dat in een passage het woord lajsa is gewijzigd en werd vervangen door lisaan. De aanpassing werd gemaakt in het koranhoofdstuk 16, vers 103. Hierin zou (volgens de vertaling van Kramers) staan: De taal van degene naar wie ze bedrieglijk verwijzen is een vreemde en dit is een Arabische taal. Maar als er lajsa zou staan in plaats van lisaan, zou de betekenis luiden: Degene naar wie ze bedrieglijk verwijzen is geen vreemdeling.
De aanpassing kan niet worden verklaard uit verwarring over de uitspraak. Ook kan er geen onduidelijkheid zijn ontstaan door het schrift, want de manier om lajsa te schrijven verschilde zichtbaar van de manier waarop lisaan in het oud-Arabisch schrift werd weergegeven. Een verklaring wordt nu gezocht in de mogelijkheid dat er voor dat de vorm van het schrift waarmee het gevonden fragment werd geschreven nog een oudere schrijfwijze bestond, waarin geen onderscheid kon worden gezien tussen lajsa en lisaan. Gelijkvormige letters werden om ze van elkaar te kunnen onderscheiden op een verschillende hoogte weer te geven.
Door de niveauverschillen wordt de tekst makkelijker leesbaar. Deze methode is in de loop van de tijd verder ontwikkeld. In de oudste bekende handschriften zijn de hoogteverschillen al duidelijk aanwezig. Maar de mogelijkheid bestaat dat er oudere kopieën hebben bestaan, waarin deze techniek nog niet bestond. De misverstanden die hieruit zouden kunnen ontstaan, kunnen de verwarring tussen lajsa en lisaan verklaren.
Puin en zijn vrouw hebben een andere verklaring voor de correctie, namelijk de onduidelijke tekst zelf. Lajsa gaf een kromme zin, wat werd opgelost door lisaan te schrijven. Maar wel hebben de onderzoekers een aanwijzing gevonden dat er inderdaad een ouder, vlak schrift heeft bestaan. Een ander argument dat er ooit een plat schrift zou hebben bestaan, is de verwarring tussen de getallen zeven (sab') en negen (tis').
Het schrift van geen enkel manuscript geeft aanleiding tot verwarring tussen deze cijfers. Toch geven sommige manuscripten het getal zeven waar andere manuscripten negen geven. Met andere getallen is dit soort verwarring nooit opgetreden. Het blijkt dat in een mogelijk vlak schrift de getallen zeven en negen er hetzelfde uitzien. Latere kopiisten hebben het woord verschillend geïnterpreteerd.
Hoewel de verklaringen voorlopig nog op hypotheses berusten, weerspreekt de correctie wel de stelling van korangeleerden dat de koran via een keten van mondelinge overleveringen foutloos is overgeleverd.