Ook Festus heeft het in zijn Brevarium over de 'goddelijke Constantijn'.
http://www.roman-emperors.org/festus.htmXIV. The terms of this treaty, having been preserved, endured to the time of the Divine Constantine.
Festus spreekt ook over de 'Celestial divinity' (hemelse god), waarmee hij blijkbaar de Sol Invictus bedoel. De tekst geeft geen aanleiding te denken dat er voor Constantijn een andere god werd vereerd dan erna.
Verder: Ammianus Marcellinus.
Ammianus Marcellinus noemt in zijn Res Gestae (Historiën) christenen wat vaker. Hij leefde van 330 tot in elk geval na 392.
Er is zowaar iemand bezig zijn werk helemaal in het Nederlands te vertalen, namelijk Aart Blom, volgens mij dezelfde van wie ik juist een heel mooi boek ga bestellen over sint Nicolaas in Myra.
http://www.ammianus.info/De vertaling begint bij de Caesar Gallus, een onderkeizer van Constantius (ca 351-354).
http://www.ammianus.info/historien.htmIk citeer een paar dingen.
Boek 15: De genoemde Constantius is de zoon van Constantijn de Grote, Constantius II.
6.Tijdens het bewind van Leontius werd een bisschop van de christelijke cultus [Liberius] door Constantius voor zijn geheime raad gedaagd wegens verzet tegen een keizerlijk decreet en de besluiten van de meerderheid van zijn ambtsbroeders in een aangelegenheid die ik in het kort zal uitleggen. 7.De toenmalige bisschop van Alexandria, Athanasius, was iemand die zijn bevoegdheden te buiten ging door zich te bemoeien met zaken die hem niet aangingen (althans zo wilden het hardnekkige geruchten) en was om die reden door een vergadering van vertegenwoordigers van die cultus - een synode noemen ze dat - uit zijn ambt gezet.
8. Onder andere werd gezegd dat hij bedreven was in de uitleg van orakelspreuken en de geheime betekenis van de vlucht van vogels, in verband waarmee hij soms toekomstvoorspellingen had gedaan. Daarnaast werd hij beschuldigd van andere praktijken die vloekten met de doelstellingen van de cultusgemeenschap waarin hij een leidende positie bekleedde. 9.Deze Athanasius moest dus op bevel van Constantius door bisschop Liberius door medeondertekening van het synodale besluit van zijn bisschoppelijke zetel vervallen worden verklaard, maar hoewel deze daarover niet anders dacht dan de rest [van de bisschoppen], had hij daar groot bezwaar tegen, want, zo liet hij duidelijk en herhaaldelijk weten, het was een goddeloze onrechtvaardigheid iemand te veroordelen zonder hem gezien of gehoord te hebben, en legde het bevel van de keizer naast zich neer.
10.Het was namelijk zo, dat Constantius, die een grote hekel aan Athanasius had, wel wist dat de zaak [van diens afzetting] beklonken was, maar er toch zeer aan hechtte dat ook de bisschop van de Eeuwige Stad met zijn hoger gezag daarmee officieel akkoord ging. Dus toen hij dat niet van hem gedaan kreeg, moest Liberius verdwijnen, wat niet eenvoudig was en midden in de nacht moest gebeuren met het oog op het volk, dat hem hartstochtelijk aanhing.
Boek 21: Julianus doet zich in Vienna voor als christen om ieders gunsten te krijgen.
4.En om ieders gunst te winnen en van geen enkele kant tegenwerking te hoeven duchten, deed hij alsof hij een aanhanger was van de christelijke godsdienst, waarvan hij zich allang had afgekeerd om zich - wat maar weinigen wisten - toe te leggen op de beoefening van de waarzegkunst en de interpretatie van voortekenen en alles wat vereerders van de goden verder altijd hebben gepraktiseerd. 5.Om dit voorlopig voor zich te houden, begaf hij zich dan ook op de feestdag die de christenen in de maand januari vieren en Epiphania7 noemen, naar de kerk, bad er ostentatief tot hun god en ging heen.
Maar ook in Vienna (boek 15), toen Julianus tot (onder)keizer van Constantius was benoemd, vanwege de vele 'barbaarse' opstanden aan de grenzen van het Rijk. Hij arriveerde in Vienna nadat Keulen door barbaren was verwoest.
21.Maar toen kwam hij (Julianus) in Vienna [Vienne] aan, waar jong en oud, arm en rijk, te hoop liep om hem bij zijn intocht als een lang verwachte redder met alle eer te begroeten! Al toen men hem van ver zag aankomen, ging er een roep op onder het volk van de stad en het omringende land: dáár was de genadige en verlossende heer! Het ging voor hem uit in een feestelijke stoet, riep eenstemmige acclamaties en bezag de wettige vorst in zijn triomf met gretige blikken. In zijn komst zag men het einde van alle rampspoed; het was alsof midden in een wanhopige situatie een reddende engel was verschenen.
22.Er was een oude blinde vrouw, die vroeg wie daar was aangekomen, en toen ze hoorde dat het caesar Julianus was, riep ze uit: ‘Die gaat de tempels van de goden herstellen!’
Boek 21: Over Constantius II :
18.De heldere eenvoud van de godsdienst van de christenen verdierf hij op een oudewijvenmanier met bijgelovigheden. Door zich te vermeien in allerlei spitsvondigheden in plaats van de eensgezindheid te bevorderen veroorzaakte hij veel getwist; zelfs toen de onenigheid meer en meer algemeen werd, maakte hij de zaak met ergerniswekkende interventies nog erger. Doordat hij de hele ritus naar zijn inzichten probeerde gelijk te schakelen, waarvoor troepen bisschoppen zich op paarden van de Staatspost heen en weer haastten naar hun zogenaamde synodes, sneed hij de zenuwen van deze postdienst door.
Boek XXII: Julianus wakkert de tweedracht onder de christenen aan.
5. Keizer Julianus bekent zich, niet langer in het geheim zoals vroeger, maar openlijk en zonder terughoudendheid tot de cultus der goden. Hij zet de bisschoppen tegen elkaar op
1.Hoewel hij zich al vanaf zijn vroegste jeugd aangetrokken voelde tot de cultus van de goden, en de drang in hem, daaraan metterdaad toe te geven, met de jaren steeds sterker werd, had hij genoeg redenen daarmee voorzichtig te zijn en praktiseerde voorzover mogelijk wel bepaalde rituelen, maar in het diepste geheim. 2.Toen hij op dit punt evenwel niets meer te vrezen had en zich realiseerde dat hij nu vrij was te doen wat hij verkoos, openbaarde hij het geheim van zijn hart en verordende kort en krachtig bij decreet de tempels te openen, offerdieren naar de altaren te brengen en de eredienst der goden te hervatten. 3.En om die regelingen kracht bij te zetten, ontbood hij de bisschoppen van de christenen, die met elkaar in conflict waren, samen met hun onderling verdeelde volgelingen en maande hen minzaam hun tweedracht te beëindigen en ieder onbevreesd en onbelemmerd zijn eigen overtuiging te volgen. 4.Dit deed hij opzettelijk zo om door die vrijheid hun tegenstellingen te doen toenemen en zelf later niet met een eensgezind christelijk volk te maken te zullen krijgen, want hij wist uit ervaring, dat geen wilde dieren zo gevaarlijk waren voor de mensen als de meeste christenen in hun dodelijke haat voor elkaar.
Dit vind ik opmerkelijk, want de keizers belegden diverse concilies in die tijd (Arles, Nicea) juist om de christenen tot eenheid te dwingen, om iets te doen aan de voortdurende interne conclicten in het Imperium, waaronder ook die tussen christenen onderling.
Verder een passage over de moord op de Alexandrijnse bisschop Georgius.
11. Georgius, bisschop van Alexandria, wordt door de heidenen met twee anderen door de straten gesleept, aan stukken gescheurd en verbrand. Niemand wordt daarvoor gestraft
De passage is te lang om te citeren, dus lees hem op de pagina:
http://www.ammianus.info/Vertaling/boek_22.htmBoek XXV:
Over Jovianus zegt Ammianus Marcellinus dat hij een overtuigd christen was, die deze godsdienst soms bevoordeelde. Dat suggereert dat andere keizers op z'n minst geen godsdiensten bevoordeelden, christelijk of niet christelijk.
Boek 15: " 15.Hij was een overtuigd aanhanger van de christelijke godsdienst en bevoordeelde die soms."
Ammianus Marcellinus noemt ook de vergoddelijkte keizers. Hij spreekt onder andere over de vergoddelijking van Juliuanus (wat je toch niet zou verwachten als zijn opvolgers zich weer bekeerden tot het christendom).
Boek 26:
Euphronius werd begenadigd, Phronimius naar de [Taurische] Chersonesus verbannen, waarmee hij voor dezelfde zaak zwaarder werd gestraft omdat hij een vertrouweling was geweest van de vergoddelijkte Julianus, wiens memorabele verdiensten door de keizerlijke gebroeders werden gekleineerd terwijl ze in de verste verten zijns gelijken niet waren.
Keizers vergoddelijkten niet zichzelf, dat deden hun nazaten, dus degenen die Julianus' terugkeer naar de verering van de oude goden weer ongedaan maakten.