RESPECT

Gewoon gezellig dus.

RESPECT

Berichtdoor paganisgood » zo apr 10, 2011 11:21 pm

RESPECT

Het door zijn gedrag doen blijken van eerbied, hetzij in een gezagsverhouding, hetzij als (uiting van) een gevoel van hoogachting of waardering op grond van prestatie of redelijke kwaliteit.

Dit is de uitleg die de Dikke Vandale, sorry dat is wellicht weinig respectvol, die de Grote Vandale aflevert. Hoeveel keer hebben we het al niet gehoord, en ik kan me vergissen maar ik hoor het de laatste tijd steeds meer: ‘Je moet respect hebben voor zijn overtuiging, zijn geloof’. En dan is ieder gesprek, iedere discussie dood. Als je dan nog één noot fluit, dan schreeuwt de dirigent van dienst het uit, dat je geen respect hebt. Dat je onverdraagzaam bent. In feite komt het er op neer dat je enkel respect toont (lees: dat je een welgemanierd mens bent) wanneer je de eigen mening inslikt.
In mijn dorp waren er veel mensen waar ik respect voor moest hebben: de pastoor en de twee onderpastoors, de nonnen, de schoolmeesters, de burgemeester en de schepenen, … In feite moest je voor iedereen respect hebben. Dat respect werkte vreemd genoeg in een soort eenrichtingsverkeer, van laag naar hoog. De hooggeplaatsten (hoe futiel hun positie eenmaal buiten het dorp ook was) toonden zelden respect voor het gewriemel dat zich onder hen afspeelde. Wanneer je respectvol je pet afnam mocht je niet verwachten dat de overzijde even respectvol de hoed zou afnemen. Een tikje tegen de rand van de hoed was het hoogste dat je kon terugverwachten, en dan was het nog noodzakelijk dat je zelf van redelijk goeden huize was.
Respect was ook al dubbelzinnig. Zo waren er parochianen die in de oorlog bij het verzet, al dan niet gewapend, waren geweest. Dat verdiende respect. Toch publiekelijk, maar stilletjes werd gefluisterd dat het zotten waren geweest. ‘Wat hebben ze er mee verdiend, aan over gehouden? Niets behalve last en een hoopje ijzerwerk. Zotten waren het.’ En voor zotten hadden we geen respect. Anders lag het bij die onderwijzers die in dezelfde oorlog Vlaams gezindheid verwarden met collaboratie. Daar mocht je geen respect voor opbrengen. Wel voor hun idealisme, al was dat een verkeerd idealisme. Dus bleven we onze pet afnemen, zelfs lang nadat we de schoolbanken waren ontgroeid. Gaven ze immers niet allen les in een brave katholieke gemeenteschool? Dan kon er toch niet zoveel verkeerd geweest zijn. Nee, op ons respect konden ze blijven rekenen. Ondanks hun onzachte pedagogische tikken.
Zo was er in Tstad een agent , wiens naam ik nog altijd haast niet durf uit te spreken alhoewel hij reeds jaren terug de levenden verliet. Ik wist dat hij actief was geweest in het verzet tegen den Duits, dus moest ik respect voor hem hebben. Maar tegelijk had hij zo zijn eigen opvattingen over zedenverval, lang haar, democratie, ….. Beroepshalve maakte ik ook enkele van zijn optredens mee die mij niet bepaald veel respect voor autoriteit bijbrachten. Kortom, over zowat alles had hij een mening die haaks op de tijdsgeest stond. Nu weet ik ook wel dat geesten een vluchtig verschijnsel zijn, maar zijn reactie op die tijdsgeest bestond vooral uit keihard kloppen op allerlei vertegenwoordigers ervan. Zo zakte mijn respect voor die verzetsheld tot onder het vriespunt.
Beetje bij beetje brokkelde ook het respect voor mijnheer pastoor af en de nonnetjes werden zeldzamer. Hoe groter de stapel boeken die we lazen, hoe kleiner het respect voor de clerus werd. Regelmatig kregen we te horen dat zij weliswaar quatsch verkochten, maar dat we voor die mening respect moesten hebben. Een redenering die trouwens alleen voor religies opgaat. Alleen voor religieuze onzin moet je respect hebben. Voor alle meningen die onder het label quatsch vallen, is er geen respect voorzien. De verspreiders van die meningen mag je publiek in de grond boren, vernederen en belachelijk maken. Of zou het om een diep verscholen religieus angstje gaan ? Of zoals mijnheer Vandale zegt: ‘… blijken van eerbied, hoogachting en waardering’. In de praktijk hield dat wel in dat we onze mening aan iedereen verkochten, maar van zodra er een ‘gelovige’ bijkwam hielden we onze mond. Hoeveel keer kregen we niet de opmerking dat we niet ambetant moesten doen en dat we wel gelijk hadden maar geen ruzie mochten maken, moesten respecteren. Als modus vivendi hadden we twee tribunes: een waarop we vrij spraken en een waarop we meningen hadden à la tête du client. Uit respect.
Waar we steeds vonden dat Torah, Bijbel en Koran over dezelfde God preekten, moesten we verschillende manieren van aanpakken gebruiken. Over de ene kon je zeggen en schrijven wat je wilde, over de andere mocht je zelfs niet luidop dromen uit schrik een sticker ‘racist’ op je voorhoofd te krijgen. Tegen de politiek van Israël ? Best oppassen want voor je het beseft ben je een antisemiet, een racist, een nazi, en alhoewel je geboren was na 1945 werd je algauw persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor wat er in de kampen en aan het front was gebeurd. Alhoewel je in 1945 nog niet eens een foetus was waren er toch opmerkelijke gelijkenissen met den Dolf. Joden zijn slachtoffers en dat is zelfs per wet geregeld. En dat was dat.
Er was rust tot plots de Islam roet in het eten strooide, zelfs lang voor 11 september. Met de Koranlezers was er geen rust meer. Islamieten geloven immers dat God himself de woorden van de Koran woord per woord zelf heeft ingesproken. Iedere lettergreep komt van God, die in tegenstelling met 95% van zijn volgelingen Arabisch spreekt, dat weten we nu ook. De Koran is ook de definitieve versie van Gods woord, sinds halverwege de 7e eeuw is er geen nieuwe herziene druk verschenen. Wie de Koran aanvalt valt het woord van God aan, valt God zelf aan en dan moet je niet op respect van de islamieten rekenen. Respect is ook hier eenrichtingsverkeer. Dat je in veel landen de doodstraf krijgt als je van je islamitisch geloof valt, is een zijspoor dat ik hier niet zal behandelen. En jammer genoeg las ik alleen al de voorbije dagen over arrestaties van “afvalligen” in Marokko, Algeria en Pakistan. Telkens riskeren ze de doodstraf. Dat waren gevallen die mijn lokale pers haalden; hoeveel halen onze pers niet? Maar in tegenstelling met het bekritiseren van katholieken, krijg je van de zogenaamd ‘progressieve’ Belgen niets dan tegenwind. Val de Islam aan en je wordt hevig, en meestal zonder op je punten in te gaan, aangevallen door wat voor ‘vooruitstrevend’ zou moeten doorgaan. De Verlichting gaat uit als de Islam ter sprake komt.
En plots lees je in de krant hoe te Brussel de inrichters van een tentoonstelling enkele stukken hebben weggehaald omdat een imam bezwaar maakte. Dat Arte een documentaire over de Parijse banlieus niet zal uitzenden omdat ze bedreigd zijn door de islamitische jongeren van die wijken. Lees je hoe een Brusselse groene senator een stukje schrijft over de ergerlijke houding van de islamieten te Brussel en gans de linkse en groene verzameling over zich heen krijgt. Hij, de Cas, is plots een racist en een onverdraagzame. Komaan, een klad spuug in je gezicht, daar is nog niemand van gestorven. Was de Cas wel respectvol tegen over zijn Marokkaanse buren? Het is duidelijk: wie de islam aanvalt is een racist en verdient geen respect. Ook als de meisjes in de islamitische landen niet naar school mogen gaan en er de oren en neus worden afgesneden als ze toch gaan, dan is er hoogstens wat geruis aan de progressieve kant. Maar als Leonard een scheet laat, dan is het kot te klein. Leonard is geen islamiet. Wie heeft er gehoord over misbruik in de koranscholen? Volgens een BBC-panorama in ieder geval in Afghanistan courant !!! Wanneer Benno Barnard zijn mening over de islam wil verkondigen, wordt hem dat fysiek onmogelijk gemaakt door een groep die in België de sharia wil invoeren. Uit respect voor de islam wordt er hoogstens wat gemompeld , had die Ollander (die sinds 1976 in België woont) maar zijn grote bek moeten houden? Benno heeft geen respect.
Intussen ontsnapt een Deense cartoonist ternauwernood aan aanslagen omdat hij cartoons over de islam had getekend. In de pers wordt gedebatteerd over de mate van zelfschuld. Heeft hij het niet zelf gezocht door geen respect te hebben voor de gevoeligheden van de islamieten In onze pers vinden we geen cartoons die de islam in zijn hemd zetten: uit respect of uit angst? Zij die “de pastoors aan de lantaarnpaal” zongen, wringen zich nu in allerlei bochten om een pre-middeleeuwse woestijncultus die het doden van andersgelovigen gebiedt, goed te praten. Ze maken er zelfs twee godsdiensten van: een softe versie en een talibanversie. Alleen jammer dat geen enkele imam het met hun gekruip eens is: de koran is één ondeelbaar geheel en dat is het woord van God.
In het onderwijs komen de kleine islamietjes niet naar school. Het is voor hun religie een hoogdag (offerfeest), die echter in België officieel niet erkend wordt en dus ook niet schoolvrij is. De directie zal niet optreden en de juffen zullen de volgende dag vragen of het leuk is geweest. Als niet-islamietische kindjes op (niet-erkende) feestdagen thuisblijven, zal de school even meegaand zijn? Of worden de pennen gescherpt voor een spijbelverslag? Twee maten, twee gewichten? Oh la la, roept men in koor, laat ons respect tonen voor hun cultuur en hun godsdienst, laat ze hun hoofddoek en boerka dragen in de les, heb je daar soms last van ? Je bent toch geen racist ? Je moet respect tonen.
Het woord respect is een hoer geworden: haar zuiverheid is lang geleden verkocht . Vroeger wist je nog voor wie je respect moest hebben: voor al wie hoger op de ladder stond. Of als je rebelser was aangelegd: voor al wie zich inzette voor een betere en eerlijker wereld. Nu weet je het niet meer. Zelfs Voltaire moet, meer dan 200 jaar na zijn dood, zwijgen: zijn toneelstuk ‘Mahomet de profeet’ moest in Frankrijk van de planken gehaald worden. Op last van de islamieten, bij gebrek aan respect.
Respect – ik zeg het maar eerlijk – heb ik voor niets of niemand meer. Het is mij te eenzaam geworden nu het gezelschap mij niet meer aanstaat.


Uitgeknipte passages:
1/
Vreemd genoeg was respect geen universeel gegeven. Neem nu de arbeiders. Dat was een categorie die buiten de notie respect viel. De arbeider moest respect tonen voor zijn baas, en voor gans de dorps hiërarchie. Maar zijn eigen status leverde hem geen respect op. Was diezelfde arbeider lid van de vrijwillige brandweer, dan kreeg hij wel respect maar louter in zijn functie van brandweerman, niet omdat hij arbeider was. Het hoogste dat hij als arbeider kon bereiken was een soort erkentelijkheid die hem te beurt viel na een loopbaan van gehoorzaamheid en volgzaamheid. Zijn cultuur van fanfares en dorpskermissen was folklore en geen kunst. Hun liederen schunnig maar zeker geen literatuur, voor zoiets was geen respect voorzien. Wel was er een kleine partij die op een welhaast religieuze manier de arbeider op een schavotje plaatste. In hun ogen was de arbeider steeds correct en bezield met de juiste inzichten. Zoiets als Orwell’s Dierenboerderij: ‘twee benen slecht, vier benen goed’. Maar veel respect van de arbeider voor die partij was er echter niet. De grote hoop bleef trouw voor de partij van de baas stemmen, uit respect.
2/
De pedagogische tik was weliswaar nog niet uitgevonden, maar de onderwijzers hadden een gans arsenaal pedagogische wapens in voorraad. Van de klassieke muilpeer tot het omdraaien van je oren. De regelstok die zwiepend op je jeugdige vingertjes neerkwam, het hardnekkige knijpen in je blozende wangen, … Dat was geen idealisme maar daar hadden wij toch respect voor. Of was het eerder angst? Een dunne lijn die de twee uit elkaar houdt. Hebben wij nu nog zoveel respect voor die pedagogische methodes? Zouden onze ouders nog even onvoorwaardelijk achter de pedagogie van de onderwijzende klasse staan? We doen er nu lacherig over, maar toen was er weinig lol aan.
3/
Persoon A slacht in zijn badkuip een schaap op een weinig diervriendelijke manier en gooit het slachtafval in de graskant. De politie verklaart dat, alhoewel het zeer veel voorkomt, er niet tegen kan opgetreden worden wegens “de noodzaak van het op heterdaad betrappen”. Op teevee verklaart die avond een islamiet dat er weliswaar Belgische wetten zijn die dat verbieden, maar dat er ook Islamitische wetten zijn van God en dat die boven de Belgische wetten staan. De journalist van dienst vindt het niet nodig hier verder op in te gaan. We moeten respect hebben voor zijn cultuur, zijn godsdienst. Persoon B heeft achter in zijn tuin wat “koterij” waar hij konijnen kweekt. We hebben geen respect want hij heeft met zijn konijnen minstens 1000 federale, gewestelijke, provinciale en gemeentelijke decreten en verordeningen overtreden.
(gevoeligheden die trouwens ontbreken wanneer ze in Afghanistan of Saoudie Arabië iemand stenigen).
Avatar gebruiker
paganisgood
 
Berichten: 211
Geregistreerd: do nov 25, 2010 2:42 pm
Levensbeschouwing: ATHEIST

Keer terug naar atheisme café



Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten